Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ' y'i'Wi

derheid Rusland, tot de Westersche kerk de landen in het westen van Europa, als Nederland, Frankrijk, Spanje enz. De Oostersche kerk leert, dlat de H. Geest alleen van den Vader uitgaat, de Westersche van Vader en Zoon beiden. De Oostersche kerk l&ert zoodoende twee wegen om tot den Vader_te komen. De kennis door den Zoon, en de genieting door den H. Geest, komen gescheiden te staan naast elkaar. En wordt alzoo eenerzijds het zwaartepunt gezocht in de leer, wat tot doode orthodoxie leidt; of anderzijds in het gevoelsleven, wat voert tot valsche mystiek. Hiermede staat in verband het juist in Rusland opgekomen Tolstoyïsme, een richting, bij uitstek een gevoelsrichting te noemen. Hoofd en hart komen in tegenstelling. Het is van 't grootste Bëlüilg cTe IMT naar de Schrift hier vast te houden, dat we door den Zoon en in den H. Geest tot den Vader worden geleid. Kennen en genieten, hoofd en hart dienen in harmonie te zijn. "" ' ■

Het 'onderscheid, in werken naar buiten.

Al de werken Gods zijn van God-Drieëenig wezenswerken. Maar elk dier drie personen neemt daarbij toch die plaats in, welke beantwoordt aan deze personeele eigenschappen. Alle werken Gods zijn daarom uit den Vader, door den Zoon en in den H. Geest. Krachtens deze personeele eigenschappen wordt dan ook aan den Vader bepaaldelijk toegeschreven het werk der Schepping, aan den Zoon dat der Verlossing, en aan den H. Geest dat der Heiligmaking.

Dit leerstuk der Drieëenheid heeft men wel getracht uit de natuur te bewijzen, door te betoogen, dat het getal 3 een belangrijke rol speelt; b.v. 3 personen : ik, gij, hij ; en ook zoo 't meervoud er van ; voorts b.v. wortel, stam, kruin ; sneeuw, water, ijs ; — hoofd, hart, hand ; enz. enz. maar dit bewijst toch niets. Men kan zonder de Schrift uit die gegevens toch moeilijk tot deze leer besluiten. Daar zijn ook genoeg gevallen op te sommen, waarin 't getal 7 of 10 of wel « 40 een belangrijke rol speelt. De H. Schrift dient dus hier onze eenige bron te zijn.

Van de hoogste beteekenis is deze leer der H. Schrift, want jn de leer der Drieëenheid wordt God gekend als de levende in Zichzelf, in Wien hoogste eenheid en rijkste verscheidenheid elkaar dekken ; grond voor alle verscheidenheid en toch éénheid in de schepping. Voorts ligt hier de grondslag voor de schepping, en van ' het inwonen Gods in zijn schepsel. Ware er toch geen vrucht- j baarheid en mededeeling in bet Wezen Gods naar binnen, hoeveel te minder kon deze er dan zijn naar buiten.

En eindelijk is deze leer van 't hoogste belang voor de religie. Want alleen in Christus komt God zelf tot ons, en in den H. Geest deelt Hij ons Zichzelven mede. Alle heil, en alle verlossing, heel

2

Sluiten