Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

HET WERKVERBOND.

De leer van het verbond is bepaaldelijk door de Gereformeerden met voorliefde uitgewerkt. In de H. Schrift wordt steeds en gedurig gesproken van de verbondsmatige verhouding, waarin God zich heeft gesteld tot ons. Het verbond „is de vaste vorm, waarin de verhouding van God tot zijn volk wordt voorgesteld".

Al aanstonds bij de schepping des menschen gaf God het werkverbond, het wordt daarom ook wel het natuurverbond genoemd. De mensch is geschapen in het verbond. Dat verbond is niet een apart toevoegsel of een omstandigheid waar zonder de mensch evenzeer kan gedacht worden. Het verbond behoort naar Goddelijken wil bij 'smenschen natuur. Daaromookisdeeisch der gehoorzaamheid zoo gansch billijk. Daar zijn we als op aangelegd. Vandaar ook is de val een aantasting van het wezen van den mensch. Onze natuur is er in verdorven.

Hosea 6 : 7 en vooral Eom. 5 : 12—21 wijzen op het bestaan van dit verbond.

Dit verbond der werken was niet een nieuw recht, dat God schiep tegenover den mensch, maar de afkondiging en openbaring van Zijn recht. Immers God eischt in het werkverbond een volkomene, vrijwillige gehoorzaamheid, en dat was toch geheel Zijn recht. Maar tevens eischt God dit op zulk een wijze, dat aan den mensch de rijkste gelegenheid wordt geschonken van in God als zijn God te roemen.

In dit werkverbond treedt Adam op als verbondshoofd, en als vertegenwoordigende heel het menschelijk geslacht. God eischt nu van hem een vrijwillige, volkomene gehoorzaamheid, en belooft dan in dien weg de hoogste gelukzaligheid; maar bij overtreding van het gebod werd de dood bedreigd.

In dit werkverbond behandelt God den mensch als een redelijk, zedelijk wezen , God eert er Zijn mensch in, door dien mensch Zijn heilgoederen niet als op te dringen, maar hem de gelegenheid te geven God vrijwillig lief te hebben.

Nu was Adam zoo van God geschapen, dat hij krachtens het beeld-Gods-zijn de natuurlijkheid en redelijkheid inzag van de zedelijke wet, welke God hem in zijn hart had ingeschapen.

Hoe zou God nu beproeven, wat Adam wilde, hoe onderzoeken of hij vrijwillig God wil gehoorzamen ? Daartoe was

Sluiten