Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit werkverbond is door de zonde niet vervallen of afgeschaft. Wij kunnen het nu niet meer onderhouden. Maar God is onveranderd gebleven. De weg naar den hemel blijft gehoorzaamheid. Het genadeverbond (zie straks) is dan ook de verwezenlijking van het werkverbond; en eischt volstrekt geen andere of mindere voldoening; maar dezelfde vrijwillige gehsorzaamheid. Alleen hierin ligt het hoofdonderscheid dat in het werkverbond de eerste mensch (Adam) het moest doen ; en in het genadeverbond Christus in onze plaats treedt.

HOOFDSTUK IX.

DE VOORZIENIGHEID.

Als er gezegd wordt in de H. Schrift, dat God rustte van al Zijnen arbeid, wil dat volstrekt niet aanduiden, dat er nu een ijdel, ledig, nietsdoen bij God intrad. Zie Joh. 5 : 17; Jesaja 40 : 28. ' Maar het beteekent, dat God ophield van scheppen ; n.1. van het voortbrengen van nieuwe geslachten of zelfstandige soorten in de schepping.

Het scheppen houdt op; maar gaat nu over in onderhouden. Dit is wat men verstaat onder voorzienigheid.

Het woord geeft te kennen, dat God zich met Zijn schepsel blijft bemoeien. Wel staat dit woord „voorzienigheid" als zoodanig niet in de H. Schrift letterlijk, maar de zaak wordt toch duidelijk geleerd. Zie Gen. 1 : 30; Ps. 36 : 7 ; Joël 1 : 20 enz.

Het woord „voorzienigheid" is ontleend aan Genesis 22 : 8,14. Het beteekent twee dingen: een „tevoren weten"; en „in iets

voorzien". , .

Het eerste: „tevoren weten" is feitelijk hier met m bespreking, dit behoort bij de leer der besluiten ; wel vormt het den grondslag van de eigenlijke Christelijke leer der voorzienigheid.

Onder „voorzienigheid" in Christelijken zin moet worden verstaan : een almachtige daad Gods, waardoor Hij alle dingen onderhoudt en regeert, van oogenblik tot oogenblik. Gelijk het alles is uit God, is het ook door God. _

Zij is de uitvoering van alle besluiten, die betrekking hebben op de dingen, welke door schepping in het aanzijn zijn

geroepen. , , „ . , ,

Scheppen geeft het zijn, voorzienigheid de volharding in net

"Deze voorzienigheid leert ons dus, dat er geen ding bestaat

Sluiten