Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. de eeuwige dood ; dit is het eeuwig straflijden in de hel. Dat God zulk een straf op de zonde toepast is niet in strijd met Gods barmhartigheid. De barmhartigheid kon en mocht niet aan het woord komen in een door de vingeren zien van het kwaad, want dat ware een verkeerde barmhartigheids-openbaring, als in strijd met het recht Gods. Daarom zou die barmhartigheid in de schenking van Christus worden verheerlijkt. God was het aan zichzelf verplicht om zulk een kwaad als de zonde te straffen.

Omdat God God is, moet Hij als zoodanig worden erkend, en moet Hij als zoodanig zich bewijzen en handhaven. Dit kan op twee manieren, door gehoorzaamheid, of als de mensch dit niet verkiest, dan door straf te lijden.

Reeds in het dagelijksche leven geldt het spreekwoord : „wie niet hooren wil moet voelen". In dat straffen toch bereikt God, wat de mensch niet vrijwillig wilde erkennen, n.1. de handhaving van Zijn meerderheid. In het lijden der straf zal de mensch nu ervaren: ik ben niet God, God is alleen de Heere; en zal hij eigen minderheid moeten leeren erkennen.

Het eten van den verboden boom was feitelijk niet de allereerste zonde, maar de eerste voldragen zonde, of openbaring van den innerlijken omkeer die er aan voorafging. Aan de zondige daad ging vooraf een zondige overlegging des ongeloofs, twijfel aan de waarheid van wat God had gezegd. Ongeloof is daarom de eerste zonde des menschen te noemen.

HOOFDSTUK XI.

ERF- EN DADELIJKE ZONDE.

De val in het paradijs is als het ware de moederzonde; daarin vindt al het overige zijn oorsprong. We moeten dan ook, zal het ware ontdekking zijn voor God, allereerst en bovenal voor God in de schuld komen over onze zonde (in onderscheiding van zondew), over onzen verloren staat, en verdoemelijkheid.

Gewoonlijk wordt de zonde, welke uitvloeisel is van den val des menschen in twee soorten onderscheiden : nl. erfzonde en dadelijke zonde.

De H. Schrift wijst er duidelijk op, dat alle vleesch voor God verdoemelijk ligt, dat er niemand is zonder zonde; dat, in

Sluiten