Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het genadeverbond. Maar het heet genade onder meer, omdat de schenking van den Christus in de plaats van Adam tot volbrenging der gehoorzaamheid en tot wegdragen van den vloek een daad Gods is, waartoe Hij, van onze zijde bezien, niet gehouden was. Eveneens is de toepassing of toerekening van Christus' gerechtigheid een daad der ontferming en van het vrije welbehagen Gods.

Men lette er wel op, dat in dit genadeverbond de mensch in zijn organische eenheid wordt gehandhaafd. Waar de uitverkiezing meer bepaald let op de fndividuen (de mensch in zijn persoonlijk bestaan), daar spreekt het verbond der genade de schoone gedachte uit, dat die verkiezing zich toch verwezenlijkt in een organischen weg, d. w. z. het verbond neemt op niet individu (persoon) voor individu, maar „Abraham en zijn zaad". Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat genade erfgoed is; ook niet, dat geloovigen altijd geloovigen voortbrengen, maar toch wel, dat God naar Zijn wil en bestel den regel heeft ingesteld om de genade toe te passen in de geslachts- en familielijn der vromen. Op dezen regel zijn van zelf ook weer uitzonderingen. Maar over 't, geheel beschouwd is hier een organisch verbond op te merken. En dit wordt (zooals straks zal blijken) de grond voor den kinderdoop.

Op deze wijze nu wordt er een nieuwe mensch/ieid geboren, en is Christus de volle plaatsvervanger van Adam.

Van ons wordt nu in dit genadeverbond geëischt geloof en bekeering. Maar niet, alsof wij daardoor de toerekening van Christus zouden verdienen. Geloof en bekeering zijn wel een eisch Gods tot den mensch, maar tevens is het volbrengen van dien eisch reeds een goed van het verbond zelf, dus vallen deze twee reeds binnen den cirkel van het genadeverbond. Het is dus eisch Gods; maar het volbrengen is een gave, die God ons schenkt.

HOOFDSTUK XIII.

DE PERSOON DES MIDDELAARS.

Christus is de Middelaar der verzoening in het genadeverbond. Hij heeft vóór Zijn komst in het vleesch door Zijn Geest van zich laten getuigen in Israël, met Zijn instellingen en ambten.

Sluiten