Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Zijn dood. , hpdreiad daarom moest

Als straf op de sond<> 4'»„»£,b™tSven christi ligt

Christus ook sterven. De waar J ^ waar de dood Hem

hierin, dat Hij Zijn ^„nature kon'vellen. Zijn sterven was niet (gelijk ons we^ van nature mj het lever niet

alleenahad,"maar®was. Wij hebben het lev^n niet

Somtas In"™ deTvX aangeboden werkelijk een

offer. „ w., jj.1- die dood van God vervloekt

Den kruisdood stierf Hj, , , d om ons van den

was, en Hij in dien weg tot een vloek wera o . 23_

vloek der zonde te verlossen. Gal. 3 . 13, vgi. v*

4. Zijn begrafenis. , in uitgesproken werd,

Dit was een stuk lijden, n^emaaler^n u ^ ^

^S?'difHemnopX in het

van to dood, en heeft Loo ten vo.le de straf des

doods gedragen. waarlijk gestorven is, en

Tevens is het een bewijs dooden is opgestaan,

dus tot getuigenis dat Hij waariijK

5. Zijn ne^derdfm.g^r^!lfen\s niet in orde van tijd alsof Dit stuk komt na de begralen , maar jn 0rde van

dit lijden had plaats gevonden dering. hoewel plaats vin¬

zaken. 't Was het ergste m de TOrneaering, wel heel

dend vóór Zijn sterven He bete™ inzonderheid toch aan

&" S de°angsten der hel hérft doorworsteld, vooral toen

H Nademaal Ewij ^etTiclnaam er^ zie1li^0a^enenteztetdusdav1óór ^dÏÏl8d»JmS,°daï met den dood Z8n Lehaam ten grave, Zijn ziel ten hemel ging.

B. De voldoening van Christus.

Het einde hett do el va*

iïïK God nu

ons genegen is. Zie 2 Oor. ' gehoorzaamheid, zoowel

in^eufden vfn de SfifSp de zonde bedreigd, als in het volbrengen van de wet Gods.

Sluiten