Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. het werk der bekeering wordt aan God toegeschreven, Rom. 9 : 16.

d. dat de Schrift ook duidelijk spreekt van een roeping, die niet opgevolgd wordt.

HOOFDSTUK XVIII. DE WEDERGEBOORTE.

Dit woord kan men in drieërlei zin opvatten. De schrift spreekt:

lo. Van wedergeboorte in engeren zin; als instorting van het eerste beginsel des nieuwen levens door den H. Geest. Deze wedergeboorte gaat dan vanzelf vóóraf aan geloof, bekeering en wat dies meer zij. Het is dan de kiem, waaruit alle leven der genade opwast. Vooral de apostel Johannes vat haar zóó op.

Deze wedergeboorte is bepaaldelijk een werk van den H. Geest. En heet onmiddellijk en onwederstandeli/jk. Onmiddellijk heet zij, om daarmede aan te duiden, dat ze niet afhangt van eenige'geschiktheid of vermogen 'van 's menschen zijde; en daarom is ze dan ook onwederstandelijk.

Wanneer deze wedergeboorte bij de uitverkorenen plaats vindt, daarvoor geeft de Schrift geen duidelijke afdoende aanwljziging. In dezen laten wij dus de verborgene dingen voor den Heere.

Vast staat evenwel, dat zij kan plaats vinden zelfs in de prilste jeugd. Geschiedt dit, dan komt zij zonder de uitwendige roeping nog te verstaan tot stand.

Deze wedergeboorte in engeren zin moet worden onderscheiden van de bekeering.

De bekeering is een vrucht van deze wedergeboorte. In de wedergeboorte zijn we passief (lijdelijk) maar in de bekeering zijn we actief (in daden ons uitende).

De wedergeboorte is het zaad, waaruit de bekeering, de boom met zijne vruchten voortkomt Deze wedergeboorte gaat dus vóór de bekeering. Bekeering is het bewijs, de openbaring, dat we wedergeboren zyn ; daarom behandelt de Catechismus de bekeering dan ook niet in het 2e, maar in het 3e deel, dat der dankbaarheid.

2o. Kan de wedergeboorte worden genomen in ruimeren zin. Aldus spreekt de apostel Paulus inzonderheid van haar. Dan

Sluiten