Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhaal van den 80-jarigen oorlog voor waar aanneemt. Het zetelt dus in 't verstand. Het is onvoldoende tot zaligheid, omdat het wel tot op zekere hoogte de belofte voor waar aanneemt, maar er zich niet, op verlaat voor zichzelf. Zie Hand. 26 : 27 en Jac. 2 : 19. Terwijl dat voor waar aannemen toch maar tot op zekere hoogte betrouwbaar is, want menigmaal is 't geschied, dat dezulken ook later ongeloovig werden. Nademaal alleen de wedergeboorte een onvergankelijke kennis geeft; zie hierboven.

Tijdgeloof. Dit is niet slechts een verstandelijk voor waar aannemen, maar ook een met vreugde ontvangen dier belofte, bekoord door de treffende schoonheid er van, het gewicht voor de eeuwigheid enz. Het heeft eenig uiterlijk genoegen in den dienst van God. Het zetelt in het gevoel. Zie Matth. 13 : 20, 21. Maar het is niet bestand tegen druk of vervolging. Als het er op aankomt dan bezwijkt het. Het is dus niet het ware geloof voor een tijd, maar een tijdelijke gevoelsaandoening, zonder innerlijke wedergeboorte. Omdat het geen vrucht van de wedergeboorte is, kan het derhalve niet onwrikbaar staande blijven.

Niet altijd even gemakkelijk is dit tijdgeloof van het waar zaligmakend geloof te onderkennen.

Men zou kunnen zeggen, dat het tijdgeloof bekoord wordt door de weldaden van Christus, gelijk die ons van het verderf verlossen, en ons ik tot vreugde verheffen, terwij] in het zaligmakend geloof het te doen is om den persoon van Christus zelf, om door Hem tot God gebracht te worden, en ééne plant met Christus te worden, niet in de eerste plaats om eenig heil voor ons ik, maar vóór alle dingen om in ons Gods eere wéér te zien uitblinken. Het is dan meer om God dan om zichzelf te doen. 1)

Wondergeloof is het vertrouwen, dat er öf aan ons, of door ons een wonder zal geschieden. Het is mogelijk, dat zulk een vertrouwen ons bezielt, terwijl toch de genade afwezig is. Luc 17 : 6; Mare. 1 : 40, 41; Luc. 17 : 12—19; Matth. 7 : 22, 23!

Het zaligmakend geloof wordt alzoo genoemd, niet omdat het eemge verdienstelijkheid zou in zich sluiten, noch als grond onzer zaligheid, hoewel het wel voorwaarde is; maar het draagt dien

(1) Wie nader de kenmerken van het zaligmakend geloof wil leeren kennen, alsmede een breedere uiteenzetting van het onderscheid tusschen tijd-geloof en zaligmakend-geloof leze dienaangaande mijn boek over het Avondmaal : //Doe dat tot mijne gedachtenis," verschenen bii dezen zelfden uitgever.

Sluiten