Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Het Woord.

Dat God zich van middelen bedient in de uitdeeling Zijner genade, blijkt uit Efeze 4 : 11—15; 1 Petr. 2:2; Hand. 2:46. Of God het ook anders had gekund, mag ons hier niet ophouden. De Gereformeerden leiden de genademiddelen af uit het welbehagen Gods.

Toch zij opgemerkt, dat in dit gebruik der middelen God Zijn schepsel, Zijn Beeld, als zedelijk, redelijk wezen eert en handhaaft. Terwijl de uitwerking van het middel steeds blijft vrucht van den H. Geest. <

Het Woord Gods nu is als genademiddel in de bediening ruimer dan het sacrament; nademaal het sacrament alleen aan geloovigen, het woord ook aan onbekeerden mag en moet worden gebracht.

Dat Woord omvat tweeërlei: Wet en Evangelie, wat niet gelijk staat met Oud- en Nieuw Testament. In beide O. en N. Testament bevindt zich zoowel wet als Evangelie. Wet is al datgene wat ons Gods eisch doet kennen, terwijl Evangelie is alles wat ons spreekt van Gods reddende liefde en vergevende genade, waar wij dien eisch niet meer kunnen volbrengen.

Dit Woord Gods is zonder eene bijzondere werking des H. Geestes echter niet gei.oeg. Zal dat Woord vrucht dragen, dan dient er een werking des H. Geestes mede gepaard te gaan. Hoe is nu die verhouding tusschen Woord en Geest?

Deze, dat dit Woord in zichzelf niets er bij behoeft te ontvangen, dat Woord is goed geheel en al. Maar zal nu de prediking er van zijn tot geloof en bekeering, dan moet de akker (het hart), toebereid worden door den H. Geest. Deze werking des H. Geestes gaat dus in dat geval gepaard met het Woord. Maar deze werking van den H. Geest mag toch niet los van het Woord worden gedacht, omdat die H. Geest is de Geest van Christus en der gemeente, in haar uitgestort, en aan welke gemeente de belofte Gods is geschonken. Het verbond met de beloftenissen dus, 't welk de inhoud is van het Woord Gods, is aan de gemeente geschonken, en onder die verbondsbediening arbeidt de H. Geest.

B. De Sacramenten.

De sacramenten behooren bi) het Woord. Ze zijn de teekenen en zegelen van het Verbond Gods. Gelijk bij een belofte wel eens een ring wordt geschonken, gelijk een scepter

Sluiten