Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap aan den dood en de opstanding van Christus. We worden er in sacramentisch in Christus begraven, en evenzoo worden we er in met Hem opgewekt tot een nieuw leven, Rom 6 2—10; Col. 2:12.

3o. De gemeenschap met de gem.eente Christi, we worden er in afgezonderd van de wereld, Hand. 2 : 40, 41.

Nog eens, men wordt dit alles niet door het gedoopt worden zelf, neen het is sacrament van wat we zijn, als het goed is. Met andere woorden, al deze weldaden in den Doop verzegeld, zullen ze ook genoten wordenrdan moet er een oprecht geloof zijn'

Wie geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn zal zalig worden. Maar wie gelooft, hoe zwak of klein dit ook moge zijn, hij heeft recht op dit sacrament, ja is het naar 's Heeren bevel verplicht te ontvangen.

De H. Doop is daarin onderscheiden van het H. Avondmaal, dat de H. Doop een sacrament is van de vernieuwing des harten en dês levens zelf, terwijl het H. Avondmaal een versterking is van dat nieuwe leven in zijn verderen opwas. De Doop is als sacrament dus, indien men een onderscheid wilde maken (het behoeft niet), veel ernstiger van karakter, het wijst op de groote hoofdzaak, 'tls het begin van alles.

Daarom wordt de H. Doop slechts éénmaal bediend, gelijk men ook maar éénmaal geboren wordt; maar het H. Avondmaal gedurig, evenals de prediking herhaaldelijk geschiedt.

Wie zich dus durfde te laten doopen, en geen avondmaal viert,, doet iets zeer tegenstrijdigs. Wie gedoopt durft zijn, en in zijn „Belijdenis" den doop bewust overnam, en toch niet ten avondmaal komt, die is gansch in strijd met zichzelf. Hij is öf een bedrieger, öf dwaalt zeer.

Wanneer dan alzoo mag vaststaan, wat de doop verzegelt voor den geloovige, dan rest nog de vraag te beantwoorden • maar hoe dan met de kleine kinderen ?

Deze kunnen nog geen getuigenis afleggen van hun geloof. Mag men ze dan toch doopen ?

Hoezeer we ter dezer plaatse niet in al haar breedte en omvang deze kwestie kunnen behandelen, willen we toch enkele 'hoofdgegevens bijbrengen, welke ons eenig licht kunnen verstrekken.

Voor alle dingen sta dan vast, dat de grond, de laatste afdoende grond voor den Doop nimmer is de belijdenis van ons geloof. De laatste grond is en blijft het Verbond Gods, en deszelfs beloftenissen. Bij volwassenen heeft men ten slotte evenmin afdoende zekerheid. Hoevelen zijn reeds gedoopt als volwassenen na afgelegde geloofsbelydenis, en die toch later bleken vijanden

Sluiten