Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch zoo staat het niet. Er is hier kansverschil. Er zijn die veel, er zijn die bijna nooit: met ziekte tobben. Er zijn er die 80 jaar en ouder worden. Er zijn er die de 40 niet halen.

Die kansverschillen nu heeft men statistisch vastgesteld, en op die vastgestelde kansverschillen heeft men een stelsel opgetrokken, dat heet 't Verzekeringswezen. Een stelsel, dat zijn beginsel volstrekt niet bezit in de equivalentie, maar juist in de statistisch omloopende kansverschillen.

En hierbij nu is gebleken, (we komen hier later nog op terug) dat, zoo de kosten van ziekte, invaliditeit en ouderdom berekend worden niet per individu, maar worden omgeslagen over het geheel én patroon én arbeider, mits behoorlijk ingedeeld, hierin bijna kunnen voorzien. Niet geheel, maar toch bijna.

Er is dus redding mogelijk. Niet door sparen. Dat kunnen slechts enkelen. Dat kunnen die enkelen slechts een tijdlang. En bij nood wordt het gespaarde toch weer aangesproken.

Er is maar één uitweg, en die ligt in het stelsel dat rust op de kansverschillen; mits men daarbij niet op de patroons en de arbeiders hfoofd voor hoofd, als losse, op zichzelf staande individuen neemt, maar heel het bedrijf opvat als één organisch,

saamhangend geheel.

Niemand is ooit zoo onnoozel geweest om te zeggen, dat de verplichte verzekering zelve organisch was. Evenals elke wettelijke maatregel werkt zij in haar uitvoering mechanisch. Juist zooals 't verband om 't gebroken been mechanisch werkt. Beweerd is heel iets anders. Dit namelijk, dat het verzekeringswezen rustte op de organische, en niet individualistische opvatting van de maatschappij. Juist zooals een verband om t gebroken been alleen daardoor redding aanbrengt, omdat in het been bloed, spieren, zenuwen en pezen organisch ineenzitten.

Iets kan de patroon meer betalen, en iets kan de arbeider missen. En die twee ietsen zinken wel in het niet weg, als ge ze hoofd voor hoofd, individueel, laat werken, maar ze zijn bijna voldoende, als ge ze over allen saam omslaat, en alleen strekken laat waar de nood spreekt. Neemt ge ieder arbeider op zichzelf, dan is er geen uitkomst, maar neemt ge ze allen saam, als lotgemeen en als organisch één, dan komt ge er bijna.

Zag het particulier initiatief dit nu in, zoodat allen eigener beweging hiertoe saamwerkten, dan kon de Overheid er buiten blijven. Alles liep dan vanzelf. Maar zoo staat het niet. Verre, verre weg de meesten zien het niet in, en onthouden zich, of weigeren.

Hier staat men alzoo voor dit dilemma. Er is een schreiende nood. Voorziening is mogelijk. Maar die voorziening kan alleen

Sluiten