Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruïne eener zaak was. Men was zijn huis kwijt, zijn meubelen, zijn papieren kwijt, en heel de inrichting van zijn bedrijf was bij feilen brand vernietigd. Alleen de man van kapitaal kon nieuw bouwen en nieuw inrichten.

En thans .... na afloop van den brand komt de agent der Assurantie-maatschappij uw schade opnemen, en binnen enkele weken ontvangt ge het volle bedrag, dat tot weeropbouw van huis en zaak noodig is.

Ge hebt jaarlijks een kleine premie betaald, zeg van f 40, en daarvoor ontvangt ge nu tegen de f 40.000 in contanten. En ge ontvangt die, ook al was uw premie slechts ééns betaald.

En vraagt ge hoe dit kan ?

Alleen door het Verzekeringswezen, want het wezen hiervan is, dat niet ieder individualistisch op zichzelf bleef staan, en niet ieder zijn eigen risico droeg, maar dat alle risico's in éénzelfde massa werden genomen.

Wie levenslang nooit brand kreeg, zou anders niets betaald hebben; nu heeft hij, zeg over 50 jaar, 50 X f 40 of f 2000 betaald. Geld waarvoor hij niets terug ontving, maar geld dat hem 50 jaar lang rust schonk en alle angstgevoel ontnam.

Wie daarentegen wel brand kreeg, zag zich alles vergoed, ook al betaalde hij slechts eens een kleine premie.

Het eerste was de beste, het andere het slechtste risico. En alleen door al deze risico's te mengen en bijeen te nemen, is voor allen saam een toestand geboren die aan een ieder gerustheid geeft, en den in nood gekomene uit dien nood helpt.

Het is één gemeenschap geworden, één saam dragen van alle risico's, als het ware één kas vormend, waarin allen storten, en waaruit alleen hij krijgt, die in nood komt.

Wie geholpen wordt, krijgt het geld niet uit de lucht of uit den grond, maar van de overige mededeelhebbers. Die betalen zijn schade, gelijk hij vroeger meebetaalde aan anderer schade. En de premie, hiervoor vereischt, daalt juist door de velen die meêdoen, zoo laag, dat ze betaalbaar is en het huiselijk- of bedrijfsbudget niet op onhoudbare wijze drukt.

Juist hetzelfde nu geschiedt hier.

Als ieder patroon op zichzelf gaat staan, loopt de ééne soms bijna vrij, en drukt op den ander daarentegen een last, waaronder hij bezwijkt.

Een patroon, die enkel gezonde jonge arbeiders heeft, die bijna geen ziekte kennen, en die het geluk heeft dat er geen sterfte komt en dat de mannen van 45 jaar steeds voor jongeren worden uitgewisseld, betaalt zijn weekloon, en is verder van alles af. Noch voor ziekte, noch voor invaliditeit, noch voor

Sluiten