Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den kring der hulpbehoevenden te beperken tot de misdeelden die niet werken konden, en tot de schuldigen, die zeiven hun weg verdierven. Maar onttrokken moet aan het Pauperisme geheel de breede kring van hen, die in de dagen hunner kracht gewerkt en in eigen onderhoud voorzien hebben, zoo voor zich als voor hun gezin. En dit doel nu is alleen te bereiken, zoo de wet waakt, dat voor den versleten, den werkloozen, en den tijdelijk invalieden arbeider, en evenzoo voor zijn weduwen en weezen, door een deugdelijk verzekeringstelsel, het noodige tot levensonderhoud steeds aanwezig zij. Voorshands zal men zich tot de Pensioenregeling als zoodanig hebben te bepalen, overmits niet alles op ééns tot stand kan komen. Te wachten echter tot zulk een Pensioenregeling door de arbeiders zelve wordt ondernomen, gaat niet aan. De drieërlei omstandigheid, dat alleen de beste arbeiders hiervoor drang gevoelen, en de meer luchthartigen er niet aan denken; dat de drang er toe gemeenlijk niet gevoeld wordt in de jonge jaren, als de bijdragen voor verzekering juist het kleinst zouden uitvallen en het gemakkelijkst zouden te dragen zijn; en dat eerst algemeenheid de te dragen lasten metterdaad dragelijk maakt, leidt tot den eisch, dat de verzekering verplicht worde gesteld. En naardien elke invoering van zulk een verplichte verzekering de Overheid voor een niet zoo korten overgangstoestand plaatst, die hulpe van buiten eischt, moet de noodzakelijkheid erkend, dat de Overheid althans in dien overgangstoestand geldelijk te hulpe komen. Steeds behoort daarbij echter het streven gericht te zijn op de verwezenlijking van den meer gewenschten toestand, waarin geheel deze zaak aan den arbeid zelf kan worden overgelaten".

Dit concept is aan de Kiesvereenigingen toegezonden 20 Maart, met verzoek om eventueele critiek op of vóór 15 April te mogen ontvangen. Men had alzoo drie weken tijd.

De ingekomen opmerkingen raakten dit punt van het Conceptprogram nauwelijks, en hebben het Centraal Comité tot geen enkele wijziging in zijn concept, wat dit punt betreft, genoopt.

Op 29 April is de Deputatenvergadering in Tivoli te Utrecht samengekomen, en ook op die vergadering is dit punt van het Program zoo goed als met algemeene stemmen aangenomen.

Op de Deputatenvergaderingen van 1901 is dit punt van het Program, wederom zoo goed als zonder discussie bevestigd.

Noch in 1897 noch in 1901 was in pers of brochure iets van ernstige tegenspraak vernomen.

En toen het Kabinet-Kuyper in September 1901, in de Troonrede, een wetsonderwerp van bedoelde strekking toezei, was de instemming algemeen en was er van verzet geen sprake.

Het Kabinet hield woord, en diende achtereenvolgens wetsontwerpen in èn voor verplichte Ziekteverzekering, èn voor verplichte Pensioen- en Invaliditeitsverzekering.

En weer was de antirevolutionaire pers weer zoo goed als eenstemmig in haar toejuichend votum, met uitzondering echter van De Rotterdammer.

Dit ons uitnemend orgaan uit de Maasstad gaf lang daarna critiek, niet op 't ontwerp, maar op het beginsel, en stelde dit beginsel aan den kaak als volstrekt onaannemelijk.

Dit was haar recht!

Wat alleen niet naar recht was, maar, eer als vergrijp tegen

Sluiten