Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEERREDE over Hand. 7, vs. 36, de laatste woorden: „en in de woestijn veertig jaren".

Psalm 32 : 4, 5.

Gij zijt mij, Heer, ter schuilplaats in gevaren;

Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren; G' omringt me, daar Ge mij in ruimte stelt,

Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.

Mijn leer zal u, o mensch, naar 't recht doen hand'len,

En wijzen u den weg, dien gij zult wand'len;

Ik zal u trouw verzeilen met mijn' raad,

Terwijl mijn oog op U gevestigd staat.

Wil toch niet stug, gelijk een paard, weêrstreven,

Of als een muil, door domheid voortgedreven;

Gebit en toom, door 's menschen hand bestierd, Beteugelen 't woest en redeloos gediert';

Laat zulk een dwang voor u niet noodig wezen.

Wie God verlaat, heeft smart op smart te vreezen;

Maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,

Ziet zich omringd met Zijn weldadigheên.

Mijne geliefde broeders en zusters! Het is eene heerlijke belofte, aan welke wij zooeven herinnerd werden bij het zingen van die beide verzen uit den 3v2sten Psalm, de belofte des Heeren: „Ik zal u onderwijzen, en u leeren van den weg, dien gij gaan zult; Ik zal raad geven; Mijn oog zal op u zijn." *) Gij weet, dat de 32ste Psalm getuigt van de vergeving der zonden.

*) „Benjamin, vrees niet, de Heere zal je leiden," waren de laatste woorden, die mijn stervende vader tot mij sprak, toen ik nog niet 16 jaren oud was.

Sluiten