Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Woord en in het Woord der genade en venrevinc

O O O

van zonden, dat God tot haar gezonden heeft. Men kan nu echter in 't midden dier gemeente zitten en het goede Woord hooren, men kan zitten onder den zegen, die in den Naam des Heeren Heeren op de gemeente gelegd wordt, en evenwel aan dat alles niet in waarheid deel hebben, — evenwel in zijnen dood blijven, omdat het Woord niet opgenomen en bewaard wordt in een eerlijk hart, — omdat men niet waarlijk verootmoedigd, niet een arm zondaar geworden is voor God. Want het leven, dat God schenkt, schenkt Hij aan dezulken, die den dood, den eeuwigen dood, verdiend hebben. Het heil, dat Hij in Christus bereid heeft, is voor zondaren, voor verlorenen. Zijt gij nu niet verloren, hebt gij geen zonden, hebt gij niet den dood verdiend, dan gaat ook het Woord der Genade aan u voorbij, — het wordt niet geloofd, het dringt niet in uw hart, het vindt bij u geene plaats en draagt geene vrucht, — het betoont zich niet bij u als eene kracht Gods tot zaligheid. Zoo zijn van de 000000 mannen, die uit Egypte getrokken zijn, slechts twee in 't land Kanaan gekomen. Ofschoon zij al de wonderen en teekenen des Heeren gezien, al de weldaden Gods genoten hebben, — ofschoon zij allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, — ofschoon zij allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben, en allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben uit de geestelijke Steenrots, die volgde, welke was Christus, zoo had toch God in het meerendeel van hen geen welgevallen, want zij zijn in de woestijn ter neder geslagen. — Maar heeft God daarom het volk verworpen, dat Hij eerst uitverkoren heeft? Dat zij verre. Hij is Zijns Verbonds, dat Hij met de vaderen gemaakt heeft, gedachtig gebleven; — Hij heeft Zijne belofte trouwelijk vervuld. Intusschen is het daarbij openbaar

Sluiten