Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoordende, zeide tot liem: „Heere, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben; en indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zoo zult gij hem namaals uithouwen".

En hoelang heeft de Heere ons reeds gespaard'? Veertig jaren lang heeft Hij moeite gehad met het volk Israël, veertig jaren lang heeft Hij hunne zederi verdragen in de woestijn. Veertig jaren is in de geschiedenis van het Rijk Gods hier op aarde steeds een tijd deibeslissing. Een uitstel van driemaal veertig jaren gaf de Heere in Zijne lankmoedigheid aan de eerste wereld voor den zondvloed, of de menschen zich nog zouden bekeeren op de prediking van Christus in en door Noach. En zoo draagt God ook ons in Zijne lankmoedigheid gedurende een van Hem bepaalden tijd der beslissing, terwijl het dan geldt een öf — of. Of de mensch verhardt zich zeiven en wordt verhard onder al de goedertierenheid en lankmoedigheid, die God hemhewijst,— öf hij valt voor God neder in het stof, zijn hard hart wordt verbroken, en hij geeft Gode de eer. — Wij zien het hij de kinderen Israëls. Toen zij omtrent een jaar na den uittocht uit Egypte tot aan de grens van het land Kanaan gekomen waren, werden verspieders uitgezonden. En op de tijding, die dezen brachten, werden de harten der kinderen Israëls versaagd, zoodat zij een hoofd opwerpen wilden en naar Egypte wederkeeren. Zij wilden zelfs Jozua en Kaleb steenigen , die ook het land verspied hadden en zeiden: „Het land, door hetwelk wij getrokken zijn, om hetzelve te verspieden , is een uitermate goed land. Indien de Heere een welgevallen aan ons heeft, zoo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven; een land, hetwelk van melk en honig is vloeiende. Alleen zijt tegen den Heere niet wederspannig! en vreest gij niet het volk

Sluiten