Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen. Zoo dachten ook de oudsten der Joden, tot welke Stephanus sprak, dat zij aan de geloovige vaders gelijk waren, terwijl zij in hun ongeloof vol vijandschap en boosheid waren tegen den getuige der Waarheid.

Maar daarom komt deze prediking tot ons, en daarom leidt God de Heere ons in de woestijn, opdat Hij ons verootmoedige. Want wij zijn hoogmoedige menschen, en wij willen ons niet verootmoedigen; ja, ook wij beroemen ons op ons geloof en op onze belijdenis en op al onze voorrechten, terwijl wij toch het geloof en de belijdenis en al de weldaden Gods in onzen wandel verloochenen, zoo niet de Geest des Heeren, de Geest der Waarheid, ons leidt en regeert. En deze Geest houdt Zich terug, zoolang de mensch zich tegen God handhaaft in zijnen hoogmoed, in zijnen waan, als ware hij niet geneigd, Gods Naam en Waarheid elk oogenblik te verloochenen, zoodra de omstandigheden van dien aard zijn of zich zoo ontwikkelen, dat hij met de belijdenis der Waarheid in gevaar komt, zich zelf en het zijne te moeten prijs geven. Maar God zelf leidt de omstandigheden zóó, dat het openbaar wordt, wat in ons hart is, namelijk, dat wij Gods geboden niet houden, veeleer bij de goden dezer wereld, bij het zichtbare ons heil zoeken.

En als gij dan nu, — zij het na een tijdperk van 40 jaren, zij het na een langeren, of ook korteren tijd belijden moet, dat het jammerlijk met u gesteld is, namelijk, dat gij gansch geen hart hebt voor God en Zijne Waarheid, geen vertrouwen tot Hem, — en dat gij dus verdiend hebt, in de woestijn om te komen en met die 600000 uitgesloten te zijn uit Kanaan, — is er dan nog hoop voor u? nog hoop voor zulk een verkeerd volk?

O hoort, de Heere heeft ons in de woestijn geleid, opdat Hij ons verootmoedigde en verzocht, —en opdat

Sluiten