Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen van Korach daartoe geschikt, den volke Israël voor te zingen in den tempel des Heeren, waartoe zij dan ook door David en Salomo bij de ordening van den tempeldienst bestemd werden. In dezen Psalm zingen zij van de stad Gods, en wel in de eerste plaats van den grond of het fundament, waarop de stad Gods gebouwd is, — dan van de heerlijkheid dier stad, en hoe zij gebouwd wordt. Zij berichten ons van de burgers der stad Gods, die daarin geboren worden, en hoe zij den Heere zingen en spelen.

Zijn grondslag — d. i. de grondslag van den tempel des Heeren — is op de bergen der heiligheid, zooiezen wij vs. 1, of naar de vertaling van Luther: „zij", nl. de stad Gods, „is vast gegrond op de bergen der heiligheid". Is dat niet een machtige troost, dat de kerk Gods vast gegrond is? Naar het zichtbare toch schijnt de stad Gods dikwerf te niet gegaan te zijn of vernietigd te zullen worden. Want de vijanden, die zoo talrijk en zoo machtig zijn, gebruiken alle geweld en list, om de stad te veroveren en te verwoesten. De stad schijnt weerloos. Wat zou zij vermogen tegen zulk een leger, dat zich tegen haar opmaakt? En nochtans, zij kan niet ten onder gaan, — zij is vast gegrond, zooals de Heere ook tot Petrus zeide: „Op deze Petra", — op deze rots, op de Waarheid, die gij beleden hebt, dat Ik, Jezus, ben de Christus, de Zoon des levenden Gods, — „zal Ik Mijne gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen".

Zij is vast gegrond op de heilige bergen. Wat zijn dat voor heilige bergen? De stad Jeruzalem was gebouwd op de bergen Zion en Moria. Op den berg Zion lag de burg van David, op den berg Moria bouwde Salomo den tempel. David zoowel als Salomo waren voorbeelden van Christus. Met David had de Heere een eeuwig verbond gemaakt, dat uit hem dat Zaad

Sluiten