Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veracht. Doch, wien het gegeven wordt, door de poorten Zions in de stad Gods in te gaan, die roept met onzen Psalm uit, vs. 3: „/eer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods. Sela." Of zijn dat niet zeer heerlijke dingen , die in deze stad gesproken worden, waar de een den ander uit eigen ervaring vertelt, wat God aan hem gedaan heeft, hoe God hem genadig heeft aangezien in Christus Jezus, hem geschonken heeft vergeving van al zijne zonden en gegeven den kus Zijns vredes\' Zijn dat niet heerlijke dingen, dat God een kind des doods en des duivels aanneemt tot Zijn kind en Zijne erve, — dat Hij Zijnen vijand heeft liefgehad en Zijnen Eeniggeboren Zoon heeft overgegeven voor zondaren en goddeloozen? Wat is alle heerlijkheid en pracht der wereld, wat de glans en schijn van hare vroomheid tegenover dezen rijkdom der Barmhartigheid Gods, waarin Hij ons, toen wij dood waren door de misdaden en de zonden, heeft levend gemaakt met Christus en met Hem gezet in de hemelen in Christus Jezus? „Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof!" zoo wordt gesproken in Zion, „en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme". En wie dat hoort en verstaat, die zegt: „Sela, hier vind ik rust, nadat ik lang in de onrust mijner ziel herwaarts en derwaarts gedreven werd en nergens rust vinden kon. De lofzang is in stilheid tot U, o God, in Zion; en U zal de gelofte betaald worden. Gij hoort het gebed; tot U zal alle vleesch komen. Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij. Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest en doet naderen, dat hij wone in Uwe voorhoven, wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis" (Ps. 6.) vs. 2—5).

Maar wien verkiest deHeere, wien doet Hij naderen,

Sluiten