Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit lied lezen wij ook in Openbaring l i vs. 1—3: „En ik zag, en zie, het Lam stond op den berg Zion, en met hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den naam Zijns Vaders geschreven aan hunne voorhoofden. En ik hoorde eene stemme uit den hemel, als eene stemme veler wateren, en als eene stemme van eenen grooten donderslag. En ik hoorde eene stemme van citerspelers, spelende op hunne citers; en zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leeren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren".

Die dus van de aarde gekocht zijn, zingen en spelen den Heere, zooals ook Uavid, die voor de ark des Verbonds danste; en toen de trotsche Michal hem deswege bespotte, antwoordde David, 2 Sam. (3 vs. 21 en 22: „Voor het aangezicht des Heeren, die mij verkoren heeft voor uwen vader en voor zijn gansche huis, mij instellende tot eenen voorganger' over het volk des Heeren, over Israël; —ja, ik zal spelen voor het aangezicht des Heeren. Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzoo, en zal nederig zijn in mijne oogen; en met de dienstmaagden, waarvan gij gezegd hebt, met dezelve zal ik verheerlijkt worden".

O, hoe liefelijk is de gemeenschap der heiligen, der geringen en nederigen, op welke de Heere Zijne heerlijkheid legt. Luther heeft vertaald: „zij zinyen om beurten". En zoo gaat het immers toe. Wie heden zingt, zégt morgen wellicht: „ik kan niet zingen", maar weent en klaagt. En wie heden weent, zingt morgen een loflied. Zoo bemoedigt en troost de een den ander. Intusschen, de Heere ziet ook het weenen en kermen der Zijnen aan als een zingen, als een loven en prijzen van Zijnen Naam. Daarom zegt Psalm 84: „Welgelukzalig zijn zij, die in Uw huis wonen; zij

Sluiten