Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(95)

veel aan de kerk der vaderen gehecht, om die te kunnen verlaten. x) Op het voetspoor van anderen wilden ze nog tegen het verkeerde daarin blijven protesteeren en «wachten op 's Heeren tijd". 2)

En zoo waren er nog enkelen binnen Middelburg vin deze donkere en treurige dagen". 3)

Nauw sloten ze zich aaneen en zochten elkander gedurig op. Over het algemeen waren het zeer eenvoudige lieden, weinig ontwikkeld, levend van hun handwerk of nering, stil huns weegs gaande.

Verschillend in inzicht, in karakter en gaven, doch één in streven en bedoelen. Hun huisboek was de Bijbel, een gereformeerd schrijver hun lievelingslectuur. De psalmen Davids en Giioenewegens lofzangen *) noemden zij hunne reisliederen; de gesprekken liepen veelszins over den droeven staat der kerk. In het stuk der uitverkiezing vonden zij troost, in het geloof aan Gods voorzienigheid rust. En in het vertrouwen, dat "de Heere regeert en dat Hij zijn dorsvloer op zijn tijd wel zal zuiveren" 5), zocht men de gezelschappen der vromen op, waar de broeders en zusters //de genade afsmeekten om achter den Heere te blijven". h)

Onder de kennissen, die nu en dan kwamen aanloopen //in den houten gevel'1, behoorde de loodgieter Willem Bkombachek, uit de Sint-Pieterstraat 6), in de wandeling //baas

') Noels diende ook langen tijd de Nederduitsch Hervormde gemeente als diaken Zie Nagtglas : De algemeene kerkeraad der Nederd. Hervormde gemeente bl. 180.

2) Zooals Da. J. van Rhee en Ds. B. Moorrees van Wijk, welke laatste in eene zijner brochures (zie hieronder aant. 4) van de Afgescheidenen verklaart: „De Afgescheidenen zijn veelal zoo verbazend haastig, dat ik vrees, dat velen zichzelven voorbij loopen."

3) Zie o. a. Een eenvoudig doch ernstig woord aan al mijne geloofsgenooten in deze donkere en treurige dagen enz. door B. Mooreees, leeraar der Gereformeerde gemeente van Wijk bij Heusden, te Amsterdam bij J. H. den Ouden.

4) Lofzangen Israëls door Jacob Geoenewegen , Lidmaat der Gereformeerde gemeente te Werkendam, Deventer 1755.

5) Zie brief van J. H. den Ouden aan Noels (18 September 1834).

6) Destijds woonachtig in het huis tegenover de iirma Keöbee , nl. P 37.

Sluiten