Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(119)

Budding was als een andere Franciscus van Assisi //aan geld en 'goed en gemak volkomen verloochend".

Na eene rondreis van langer dan drie maanden besloot Budding naar Zeeland terug te keeren. Op Woensdag 27 Juli 1836 arriveerde hij te Middelburg, waar hij zijn domicilie had, en bezocht twee dagen later zijne vroegere gemeente.

IX. De afscheiding te Middelburg.

Reeds vroeger hebben we opgemerkt, hoe er ook binnen Middelburg enkelen waren, die de Nederlandsche Hervormde Kerk den rug hadden toegekeerd. Des Zondags bleven zij stilletjes thuis, lazen uit Comrie en Yan der Groe j) , of gingen met anderen uit den omtrek naar Biggekerke, om Budding te hooren 't Waren //baas Willem", Noels en //moeder Jane" s), //de tuinman en zijne vrouw" 3), Siebrecht, Minderhout, Reinieii, Geelhoedt en nog wel anderen. Meermalen hadden ze elkander ontmoet, hetzij //in den houten

uiterst strenge orde tegen de bijeenkomsten van meer dan 20 personen, die hier anders ongehinderd gehouden werden, uitgevaardigd. Maar de Koning der Koningen zal zoo min uit vergaderingen van 2 a 3, dan van 200 a 300 geweerd kunnen worden." Zie brief van Ds. H. J. Budding aan Noels (16 April 1836).

') Theodorus van der Groe , oudste zoon van ds. Ludovicus van der Groe te Zwammerdam, studeerde te Leiden en was achtereenvolgens predikant teRijnsaterwoude en Kralingen. Hij is de schrijver van vele stichtelijke predicatién en leefde omstreeks het midden der 18e eeuw.

') Zie brieven van Ds. Budding aan Noels van 16 September en 23 December 1834.

3) Bedoeld worden de tuinbaas van Toorenvliedt, Ernst Moorhoff en zijne vrouw Anna Philippo, die ook wel bij Budding kerkten en op 10 Januari 1836 met de gemeente te Biggekerke het Heilig Avondmaal vierden met goedvinden van den kerkeraad aldaar en wel met eenige andere „vrienden en vriendinnen" uit den omtrek , o. a. Pieter van den Berge van Oostkapelle , Maatje Stroodekker, vrouw van Lein Willeboordse van Zoutelande, alsmede Adriana Fileus , vrouw van C. Hartman , en bakker J. Post , beiden van Middelburg. Deze laatste had zich „om grondige redenen reeds gedurende tien jaren in de gemeente van Middelburg van het Heilig Avondmaal moeten onthouden". Zie

Aktenboek Biggekerke ^VI) 1832—1876.

Sluiten