Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ongeloof en twijfelmoedigheid — Maar wat is dat? Hoort! Eene stem! Wat zegt de slem? „Roep! Predik! Verkondig des Ontfermers Woord van genade!" — Js dat niet de Stemme Gods? De Stem Desgenen, Wiens wil het is, dat de arme menscli in zijne zonde vernemen zal, of nog gedachten des vredes daarboven voor hem zijn?

Eene stem zegt: roep! Yoor dit roepen of prediken staat in het oorspronkelijke een woord, dat ook aanroepen beteekent. Het wordt gebruikt, wanneer iemand in zijn nood met een schreeuw tot God zich wendt. En dat is toch immers de rechte prediking, het rechte roepen tot de gemeente, wanneer deze prediking, waar der gemeente des Heeren Woord wordt verkondigd, tegelijk God aanroept, zich aan Hem houdt in den nood tegenover al het zichtbare, en bij het besef der onmogelijkheid, om Zijn Woord recht uit te spreken. De prediking geeft een kreet. Deze dringt door tot aan Gods hart, en zoo dringt deze roepstem ook door tot den mensch in zijne wildernis der zonde, opdat hij wete, dat hij daarboven nog eenen Ontfermer heeft, in Wiens harte nog genade en vrede voor hem is.

„Roep", zegt de stem. Hij echter, dien de Heere tot het prediken heeft gezet, antwoordt daarop: „Wat zal ik roepen?" Hij wil als het ware zeggen: „Ja, Heere, getrouwe Ontfermer, Uw Woord moet verkondigd worden, Uw volk moet het Woord Uwer verlossing hooren. U zij lof en dank voor Uwe liefde, — maar ik, Heere , hoe zal ik dat doen? Ik weet immers niet, wat ik aan Uw volk moet brengen? Ik ben radeloos. Zal ik het uit mij zeiven nemen? Maar, och Heere, bij mij vind ik gedurig niets dan een uitgedroogde fontein, dan den dood. Wat moet ik dan prediken — tegenover een geheele wereld? En Uw volk, — Uwe gemeente, — zij weet immers toch reeds van overlang,

Sluiten