Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaat, die hem echter ook op den Heiland wijst, in Wien alle zaligheid is, wien het er om te doen is, dat de Waarheid ook voor hem Waarheid zij, ervaren, dat dit Woord bestaat en zijne kracht doet. En als hij het niet aldus ziet, zal nood en strijd hem niet ontbreken. Zulke nood leert hem echter des te meer acht te geven op Gods Woord. Zoo zal hij dan dieper worden ingeleid in het Woord onzes Gods en het hoe langer hoe meer leeren verstaan, dat dit Woord ook nu nog bestaat in Goddelijke kracht en werking, hoewel het gedurig dood en werkeloos schijnt te zijn.

Het Woord onzes Gods zal ook in de toekomst bestaan. Het bestaat in der eeuwigheid. Het zal ook voortaan alle vleesch verdord gras noemen, hoe schoon het er ook uitziet — het zal ook in de toekomst blijken te zijn het Woord onzes Gods tot in alle eeuwigheid.

Daarom zij dit onze zorg, dat wij in dit Woord blijven. Wie met dit Woord voor God verschijnt en zegt: „Heere, onze God, dit is Uw Woord, Uwe bebelofte, — ik echter ben vleesch, maar Uw Woord is toch immers Uw WToord", wie het waagt met dit Woord, zijn kruis op zich neemt, die op dit Woord gezonken is, dien draagt het Woord onzes Gods door alles heen. Hij blijft, waar het Woord blijft. En blijft het Woord eeuwig, zoo zal hij ook eeuwig groeien en bloeien in hemelsche heerlijkheid voor Gods aangezicht.

Amen.

Psalm 117.

Loof, loof den Heer, gij heidendom;

Gij volken, prijst Zijn Naam alom.

Zijn goedheid is, in nood en dood,

Voor ons, Zijn volk, oneindig groot.

Zijn Waarheid wankelt nimmermeer.

Zingt, Halleluja, zingt Zijn eer!

Sluiten