Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dan toch thans officieel orgaan, de Snvodus contracta, uitgesproken, dat Dr. Bahler, die in verschillende opzichten Buddha boven Christus en de leer van Buddha boven de in historischen zin Christelijke leer stelt, niet geacht mag worden in strijd te zijn met „d;e beginselen der Ned. Herv. Kerk."

Dat daarmede het belijdend karakter van onze Kerk als Christelijke Kerk wordt aangetast, behoeft geen betoog. Dat vele protesten tegen die uitspraak uit den boezem der gemeenten gerezen zijn, is ongetwijfeld nog een verblijdend verschijnsel te achten temidden van zooveel kerkelijke ellende als waarin wij ons bevinden. In dat alles reageerde het geweten onzer Christelijke Kerk tegen de bedoelde uitspraak. In dat alles ging een „cri de conscience" op, die nog het goede voor onze Kerk hopen doet. En wie hiervan niets gevoelt, toont daarmede eenvoudig niets te gevoelen van de groote schuld, die op onze Kerk als belijdende Kerk in deze rust. Ik kan mij zoo iets in een orthodox man, die den Christus Gods belijdt, alleen verklaren uit een overdreven conservatisme, dat uit vrees voor verwarring bij de minste hervorming de stem des gewetens in eigen binnenste heeft gesmoord. Dat wij met zulk een conservatisme, dat slechts is een „conservatisme quand même", niet_ kunnen meegaan, spreekt van zelf. N;een, wanneer dingen als met Bahler in onze Kerk kunnen geschieden, dan roept alles om verandering, dit gevoelt ook het eenvoudigste gemeentelid. De leervrijheid is daarmede tot haar uiterste grens voortgeschreden. Zelfs het liberale blad de Hervorming vond in de uitspraak der Snyode „iets verbijsterends". Zelfs het algemeen-Christelijk karakter der Kerk in zijn meest algemeenen zin wordt daardoor aangetast. Hier geldt het woord: „Zoo dezen zwijgen, de steenen zullen haast spreken." Eere dus aan al die mannen, die, zij het ook op ongeorganiseerde wijze., eenvoudig door den drang des harten, door protesten als anderszins op een zoo hachelijk oogenblik zijn opgekomen voor het Christelijk, belijdend karakter der Kerk.

Maar zoo rijst dan riu de vraag: indien het inderdaad zóó treurig met onze Kerk gesteld is, waarom dan geen afscheiding? Ons antwoord luidt: 1. omdat afscheiding

Sluiten