Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. En deze willekeur springt temeer in het oog, omdat het Bestuur van den bond voor zichzelven de vrijheid neemt om een bezwaar tegen de Belijdenis te hebben in zake art. 36 zonder dat daarover de Kerk nog in eene wettige vergadering is gehoord geworden. Stilzwijgend neemt men aan, dat dit bezwaar tegen de Belijdenis geldig is. Zoodoende neemt mem zelf een vrijheid, die men een ander niet gunt. Uit kerkrechtelijk oogpunt dus een zuiver willekeurige en daarom hoogst gevaarlijke handelwijze. Ja, het bestuur van den Bond toont zoo weinig het willekeurige van dit standpunt te beseffen, dat het zelfs klakkeloos in de oproeping schrijft, dat men door handteekening „instemming met de belijdenis der Kerk" moet betuigen zonder daarbij van het bezwaar tegen art. 36 ook maar te reppen.

Stilzwijgend wordt dus in de oproeping1 tot de vergadering met dat bezwaar tegen art. 36 eenvoudig niet gerekend. Waarom? Omdat dit de stellers zou brengen bij een zuiverder systeem van Gereformeerd kerkrecht, dat men echter op dit oogenblik minder gewenscht vindt, omdat het niet zou leiden tot het. doel, dat men zich voorstelt: splitsing van de Volkskerk in 3 vrije kerken, een Gereformeerde', een Ethische en een Moderne kerk.

Men versta ons wel. Wij zeggen niet, dat men welbewust afwijkt van de goede, kerkrechtelijke beginselen. Maar wij beweren wel, dat men onder de betoovering is van Dr. Kuyper's kerkideaal, de „begrippenkerk" van Dr. Kuyper1), en dat men uit begeerte om dat doel te bereiken het spoor bijster is geworden en niet ziet, hoe volkomen willekeurig men handelt en hoe men de zuivere kerkrechtelijke beginselen alzoo in het aangezicht slaat. Men wil den Gordiaanschen knoop nu maar eens eindelijk doorhakken en men gunt zich den tijd niet om te trachten den rechten draad te vinden en hem alzoo te ontwarren. Zoo gaat het, als de mensch, ongeduldig geworden zijnde, zelf nu eens zich bevrijden zal en vergeet, dat er geschreven staat: „Die gelooft, zal niet haasten" (Jes. 28 : 16) en „niet door kracht noch door geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heirscharen" (Zach. 4 : 5).

1) Toespeling op een door een eenvoudig gemeentelid gebezigde uitdrukking na lezing van de boven geciteerde bevestigingsrede.

3

Sluiten