Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens Ds. L. zelf, kernachtige, gloedvolle, inhoudrijke, van het innigst geloofsleven getuigende, door Gods heiligen Geest geinspireerde leerredenen; nu sterker kan het dunkt me niet worden uitgedrukt. Voor het oogenblik hebt ge daaraan wel genoeg, mogen we veronderstellen, om eenigermate te begrijpen, de vastheid die er ligt in onze, en de onzekerheid in de moderne leer. Velen maken het woord, waarmede door zoovele wijsgeeren wordt gedweept en hetwelk algemeen tot leuze werd en wordt aangeheven, tot het hunne : „Het zoeken is beter dan het vinden."

Op deze wijze laadt men den schijn op zich, verbazend geleerd te zijn en zij die er een dogma op nahouden, moeten als zeldzaam dom worden beschouwd. Dit is dan ook in couranten en geschriften, als ook in redenen, reeds dikwijls botweg uitgesproken. De tegenstelling is ook zoo aanlokkelijk! Eenerzijds, iemand die zich houdt aan een becritiseerd boek, vijand is van alle onderzoek en de wetenschap haat, zich ontslaat van het lastige denken, boos wordt als men beweert, dat Copernicus gelijk had met zijn nieuw zonnestelsel, waaraan elk weldenkend mensch nu gelooft. En daartegenover iemand met een open oog, gereed om alles te onderzoeken, zonder eenig vooroordeel, een geniale denker, die evengoed zijn eten laat staan voor Strauss Critiek, als voor Calvijn's verklaring van gedeelten der Heilige Schrift. Wat een nobele figuur, deze laatste in tegenstelling met de eerste! alleen maar... onjuist! De mannen der wetenschap (?) zou een weinig meer bezadigdheid passen ; men holt maar al te dikwijls voort op gissingen en fantasieën, geeft dan met een hoog woord af op hen, die niet zoo onbesuisd zijn en hangt zichzelf den eenen krans na den ander om den hals. Ach, wat getuigen vele boeken van hoogmoed en eigenwaan, wat spreken het velen in zachte woorden uit, dat zij zelf verdienen,

Sluiten