Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„weinig verlicht theoloog, beschouwd worden „als de aanvoerder in dien bevrijdingsoorlog „waardoor de achtiende eeuw, de eeuw der verdichting is geworden. Waar bleven nu de rechtzinnige kerkelijke voorstellingen van hemel, aarde, „hel? Waar bleef Jozua's zon, die, als bij uitzondering, stilstond? Voor wien was langer onze aarde „de allesomvattende wereld, boven welke zich de „hemel welfde als de woning Gods en de verblijfplaats der zaligen, en onder welke de hel zich „uitstrekte met haren duivel en diens verdoemenis? „Waar was het onderscheid tusschen hemel en „aarde, tusschen boven en beneden ?

„In een leerrede op allerzielendag schetst Schleier„macher aldus de nieuwe wereldbeschouwing die de „vrucht was der ontdekkingen op sterrekundig „gebied:

„Voor ons is de hemel niet meer een nooit van „plaats veranderend, zich boven ons wereldlichaam „uitstrekkend gewelf, als bestoken met glinsterende „knoppen, die den nacht verlichten. Evenmin is hij „nog langer voor ons de afzonderlijke zetel of woonplaats van het eeuwige en hoogste Wezen. Aan „het menschelijk verstand is gebleken, dat die lichtende stippen een oneindige menigte lichamen „vormen, gelijk aan onze aarde. Door die uitgebreide „voorstelling van den sterrenhemel is nu ook het „gewelf, waarin wij ze zien schitteren, voor ons een „onmetelijke, ongekende ruimte geworden. Wij weten „slechts dat het eeuwige en hoogste Wezen even„min daar als elders in menschelijken zin kan wonen ; „want, ofschoon niet binnen die ruimte beperkt, zou „God alsdan tot dit ééne oord niettemin in eene „andere betrekking staan dan tot de andere. Dit „kunnen wij ons niet meer voorstellen; voor ons is

Sluiten