Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machtwoord, toen de vader naar Kana was gekomen, om Zijne hulp in te roepen, Joh. 4 : 46—52.

De hoveling geloofde het woord ..Uw zoon leeft' . en vernam op weg naar huis, dat zijn geloof niet was beschaamd geworden, v. 50, 51.

4. Waar heeft de Heer Zijn arbeid in Galilea aangevangen ? Luk. 4 : 16—30.

Te Xazareth, waar Hij opgevoed was, en nu in de synagoge optrad, om Zijn stadgenooten te verzekeren, dat het jaar van Gods welbehagen, het jubeljaar in Jes. 61 : 1 vv. vermeld, gekomen was, v. 19, 21, maar tevens te herinneren, dat de genade Gods zich in de dagen van Elia en Elisa in de heidenen had verheerlijkt, v. 23, 25—27.

In het jubeljaar werd God de verlosser van Zijn arm en ellendig volk. dat geen losser kon vinden (Ruth 3 : 1 vv.).

Deze prediking deed de hoorders in woede ontsteken. Zij wilden Hem van de hoogte werpen, waarop de synagoge was gebouwd, maar Hij ging midden tusschen hen heen, v. 29, 30.

Was de tijd der genade toen voor Xazareth voorbij?

Hij bezocht Xazareth later met Zijne discipelen, maar kon aldaar niet vele krachten doen, Matth. 13 : 54—58.

5. Heeft Hij te Kapernaüm en elders bekend gemaakt, dat Hij de Christus was?

Hij noemde zich ,,de Zoon des menschen", predikte het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en liet Zijne werken van Hem getuigen, Matth. 4 : 13—16.

De krachten der toekomende eeuw werden in Hem openbaar, vruchten van een volkomen geloofsgehoorzaamheid, bewijzen van Zijne zending en teekenen van het verlossingswerk. 8 : 17.

6. Heeft de Heer Zijne wondermacht overal en te allen tijde in dezelfde mate betoond?

Te Kapernaüm, Bethsaïda en Chorazin zijn Zijne meeste werken geschied, maar Kapernaüm wordt Zijne stad genaamd, waar Hij telkens terug keerde. Hier scheen het Koninkrijk Gods op den merkwaardigen sabbat, toen Hij den bezetene in de synagoge en de schoonmoeder van Petrus genas, te zullen doorbreken, Matth. 8 : 14—17; Marc. 1 : 21—34; Luk. 4 : 31—48.

Sluiten