Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De onreine geest kende Hem als den Heilige Gods. Hij legde velen kranken en die kwalijk gesteld waren de handen op, tot laat in den nacht, maar vertrok tegen den morgen naar eene woeste plaats om te bidden, en weigerde, toen men Hem verzocht weder te keeren. Hij moest andere steden het_ Koninkrijk Gods verkondigen, Matth. 4 : 23—25; Marc. 1 : 35 39; Luk. 4 : 42—44.

7. Welk wonder heeft Hij „in een der steden" verricht? Hij genas een man vol melaatschheid, verbood hem de zaak

ruchtbaar te maken en zond hem heen tot den priester, om rein te worden verklaard, Luk. 5:12, 14.

De melaatsche zeide: „Heer! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen!" En Jezus antwoordde: „Ik wil, word gereinigd!1'

In lateren tijd, toen Hij naar Jerusalem reisde en midden door Galilea en Samaria ging, ,genas hij 10 melaatschen, die Hem om ontferming smeekten. Één hunner keerde weder om God de eere te geven; een Samaritaan, Luk. 17 : 11—19.

8. Heeft Hij ook dooden opgewekt? Luk. 7 : 12—17.

Te Naïn werd het lijk van een jongeling ter stadspoort uitgedragen. Hij deed de dragers stilstaan en gaf de weduwe, die achter het lijk ging, haren eenigen zoon weder.

9. Welke wonderen heeft de Heer nog te Kapernaüm verricht ? Hij genas den knecht van een hoofdman der Romeinen met

een machtwoord, wekte het dochtertje van Jaïrus, den overste der synagoge, op, en er ging kracht van Hem uit op weg naar het huis van Jaïrus, waardoor de vloed des bloeds van eene vrouw, die Hem had aangeraakt, werd gestelpt, Matth. 8 : 5—13; Luk. 7 : 1—10.

1. De Romein achtte zich niet waardig, dat Jezus onder zijn dak zou inkomen, en zond daarom eerst de ouderlingen der Joden en daarop zijne vrienden om de hulp des Heeren in te roepen. Jezus zeide: „Ik heb zoo groot geloof in Israël niet gevonden!"

2. De Heiland begaf zich met Jaïrus, wiens dochter stervende was, op weg.

De vrouw, die Hem had aangeraakt om van de ziekte, waaraan zij 12 jaren leed, te worden verlost, veroorzaakte oponthoud, v. 22. Ook was er eene groote schare.

ïntusschen boodschapte men Jaïrus, dat zijne dochter reeds

Sluiten