Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij hetzelfde gericht hadden verdiend en konden wachten, indien zij zich niet bekeerden, Luk. 18 : 1—17.

17. Heeft Hij ook gewezen op de noodzakelijkheid van een grondige bekeering?

Toen men Hem beschuldigde, dat Hij den Duivel door den Duivel uitdreef, heeft Hij doen opmerken, dat de Satan zich niet zoo voetstoots liet uitwerpen en uitsluiten.

Hij bediende zich van het voorbeeld van een huis, dat niet langer door den duivel bewoond, uoaar gereinigd en versierd is, waarin hij met 7 andere geesten terugkeert en huist, Luk. 11 : 24—26.

18. Wat leert de Heer van de vergevings-gezindheid ?

Dat men den broeder, die gezondigd heeft, niet alleen 7, maar 70 X 7 maal moet vergeven, Matth. 18 : 21, 22.

19. Uit welk besef moet deze gezindheid voortkomen ?

Uit het besef, dat de genade, die van ons wordt gevraagd, ons eerst is bewezen, zooals in de gelijkenis van den onbarmhartigen dienstknecht wordt gezien, Matth. 18 : 22—35.

De heer had den dienstknecht 10.000 talenten kwijt gescholden, en was daarom zeer vertoornd, toen deze weigerde, zijnen mededienstknecht uitstel van de betaling der 100 penningen te geven, die hij hem schuldig was.

20. Leert de Heer dan, dat men lijdelijk moet toezien bij het kwaad, dat de broeder bedrijft?

Hij heeft voorgeschreven, hoe men onder die omstandigheden heeft te handelen, Matth. 18 : 15—18.

Bestraffen, eerst alleen, daarna onder getuigen; straks der gemeente; en eindelijk afsnijden van de gemeenschap.

21. Hoe moet men de komst des Heeren afwachten?

Zooals de knechten, die bereid zijn Hem te ontvangen,

wetende, dat Hij niet uitblijft, al is de tijd van Zijne tehuiskomst niet bepaald, Luk. 12 : 37, 38.

Eene vraag van Petrus stelt Jezus in de gelegenheid, deze waarheid op ambtsdragers en hen, die over anderen gesteld zijn, toe te passen, v. 41—48.

Sluiten