Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Hoelang heeft deze tijd van rust geduurd?

Totdat het oogenblik gekomen was, om op te gaan naar Jerusalem, ten einde zich voor het laatst aan Israël te vertoonen, en d&ar te vervullen wat in de profetie geschreven stond, Mare. 10 : 32—34; Matth. 20 : 17—19; Luk. 18 : 31—34.

Waren de discipelen bereid Hem te volgen? Wij lezen, dat zij verbaasd en, Hem volgende, bevreesd waren, v. 32.

Heeft Jezus hen gerustgesteld? Integendeel. Hij heeft hun duidelijk gezegd, wat hun te wachten stond, v. 33 vv. Zijn zij in deze stemming van diepe neêrslachtigheid gebleven? Zij verstondfen niet 't geen gezegd was, Luk. 18 : 34. Waarschijnlijk heeft de geestdrift, waarmede de Hefcr ontvangen werd, hen meegesleept.

6. Waar ving de zegevierende tocht van Jezus naar Jerusalem aan, en wat is er op weg voorgevallen?

Te Jericho. Op weg derwaarts kwam Salome met hare zonen, Jacobus en Johannes, om eene plaats ter linker- en ter rechterzijde van den Heer in zijn Koninkrijk te vragen, Matth. 20 : 20—28; Mare. 10 : 35—45.

Wie was Salome? Matth. 27 : 56; Mare. 15 : 40, vrg. Joh. 19 : 25. Op grond van de bloedverwantschap werd de voorrang van Petrus betwist.

Hoe namen de andere discipelen dit op? Zij namen dit den broeders zeer kwalijk, v. 24.

Zij meenden, dat men meer voornaam was naarmate men meer heerschappij uitoefende. Hierin was tusschen hen en de zonen van Zebedetis geen verschil. Jezus geeft hun eene andere, de ware voorstelling: Wil men groot zijn, men diene, v. 25—28.

7. Wat weten wij van het verblijf te Jericho?

Zacheüs, de overste der tollenaars, was in een vijgeboom geklommen om Jezus te zien voorbij gaan.

Tot groote ergernis van de schare zeide Jezus: „Zacheüs! haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis blijven," Luk. 19 : 1—10.

Waardoor rechtvaardigde Zacheüs de keuze van Jezus? Hij

zeide: „De helft van mijne goederen geef ik den armen, en, indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, geef ik dit vierdubbel weder" (Lev. 6 : 5).

8. Welke gelijkenis sprak Jezus tijdens Zijn verblijf in Jericho uit ?

hoedemaker, Bijbelsche Geschiedenis, II. 3

Sluiten