Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Welke strafpredicatie heeft de Heer daarna uitgesproken ? Hij heeft de geveinsdheid van de Farizeën ontdekt, doen zien,

lioe zij het Woord Gods krachteloos maakten, Zijn „Wee u!" over hen uitgesproken, en ook het oordeel verkondigd, dat Jerusalem zou treffen, Matth. 22 en 23. Lukas geeft dit slot, Luk. 13 : 34; Mare. 12 : 38—40 vat beknopt samen wat Mattheüs uitvoerig meldt.

7. Wat is bij het laatste bezoek aan den tempel (waarschijnlijk op den vierden dag, dat is Woensdag) voorgevallen?

De Grieken wilden Hem huldigen; een stem uit den hemel heeft Hem getuigenis gegeven. Bij Zijn vertrek heeft Hij een oog gehad voor de gave van de arme weduwe.

Jezus zag in de begeerte van de Grieken om Hem te zien, meer dan bloote nieuwsgierigheid, Joh. 12 : 20—26. Hij wees hen af, omdat Hij vóór Zijn dood Israël toebehoorde.

Het tarwegraan moest eerst in de aarde vallen en sterven, v. 24. Als Hij eens zou verhoogd zijn, zou Hij ze tot zich trekken, v. 33.

De vraag van de Grieken ontroerde Jezus. Zij beteekende, dat Zijne ure gekomen was, en bijgevolg, dat Hij door den dood heen moest, om het Hoofd der Gemeente te worden, v. 27—30, v. 31 vv., 44 vv.

De laatste oogenblikken in den tempel toefde Hij bij de schatkist. Hij zat, zegtMarcus; iets, dat alleen den koning geoorloofd was, Mare. 12 : 41—44; Luk. 21 : 1—4.

8. Wat heeft Jezus bij het verlaten van den tempel voorspeld ? Dat niet één steen van het trotsche gebouw op den anderen

zou worden gelaten, Matth. 24 : 2; Mare. 13 : 1-—13; Luk. 21 : 5—19.

9. Heeft de Heer deze voorspelling toegelicht ?

Op den Olijfberg gezeten, wees Jezus de teekenen van Zijne toekomst en de voleinding der wereld aan, en sprak bij die gelegenheid de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden, alsmede van de talenten uit, terwijl Hij ook ten leste den oordeelsdag beschreef, Matth. 24 : 3, 4—25 : 42; Mare. 13: 3, 4—37; Luk. 21 : 7, 8-36.

De Bruidegom toefde, de maagden, die Hem opwachtten, vielen allen in slaap, maar de wijze hadden olie in hare lampen, Matth. 25 : 1—13.

De Heer, die op reis ging, gaf aan één dienstknecht 5, een

Sluiten