Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het eten des Avondmaals en het vertrek van Judas, wiesch de Heer de voeten der discipelen, Joh. 3 : 2.

Waarom stond Petrus toe, dat Jezus zijne voeten wiesch? v. 8. In welk opzicht hebben wij- dit na te volgen? v. 13—17.

14. Nog iets?

De aankondiging van het verraad, Joh. 13 : 21—35.

Heeft de Heer alleen het verraad aangekondigd, of óók den verrader aangewezen? Matth. 26 : 21—25; Joh. 13 : 21—30.

15. Maar waarop hebben wij vooral te letten?

Op de instelling van het Heilig Avondmaal, Matth. 26 : 26—29; Mare. 14 : 22-r25; Luk. 22 : 19, 20; 1 Cor. 11 : 23—25.

De inwijding van het nieuwe verbond in Christus' bloed (Hebr. 9 : 18-26).

Wat sprak de Heer, toen Hij het brood brak? v. 26, den beker toereikte? v. 27, 28.

16. Welke gesprekken heeft de Heer vóór en na de instelling van het Avondmaal gehouden ?

Toen Judas vertrokken was, zeide de Heer, dat Hij hen zou verlaten, dat zij Hem niet konden volgen, en kondigde Hij Petrus aan, dat deze Hem zou verloochenen, Joh. 13 : 31—35, 36—38.

Na het Avondmaal troostte Hij de discipelen, beloofde den Heiligen Geest te zenden, beschreef het werk des Geestes, voorspelde de vervolgingen, en spi'ak het laatste, plechtige gebed uit, Joh. 14—17 : 26.

Hoevele zwaarden hadden de discipelen bij zich?

Twee, Luk. 22 : 38.

17. Wat is er toen gevolgd?

De lofzang werd gezongen , en men ging over de beek Kedron , naar den Olijfberg en den olijvenhof, Gethsemané, Joh. 18:1; Matth. 26 : 30; Mare. 14 : 26; Luk. 22 : 39.

18. Wat lezen wij van 's Heeren zwaren strijd in Gethsemané? Hij liet 9 discipelen aan den ingang van den hof, en nam

Petrus, Jacobus en Johannes mede, om met Hem te waken. Zijne ziel was geheel bedroefd tot den dood toe. Zijn zweet werd gelijk groote druppelen bloeds. Hij riep: „Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan, doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt," Matth. 26 : 30, 36—46; Mare. 14 : 26, 32—42; Luk. 22 : 39—46; Joh. 18 : 1.

Sluiten