Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40. Hoe lang is Paulus onder Felix gevangen geweest, en is hij door dezen verhoord?

Twee jaren. Hij is tweemalen verhoord. De eerste maal, toen Ananias met de oudsten en Tertullus als spreker van Jerusalem kwamen. De tweede maal door Felix zelf, in tegenwoordigheid van zijne vrouw Drusilla, die eene Jodin was.

De eerste maal verdaagde Felix de zaak tot de komst van Lysias, den overste, v. 22.

De tweede maal zeide hij, toen de prediking hem bevreesd maakte: „Voor ditmaal ga henen, en als ik gelegener tijd zal hebben bekomen, zoo zal ik u tot mij roepen," v. 25.

Bij zijn aftreden liet hij Paulus gevangen, omdat hij den Joden gunst wilde bewijzen, v. 27.

41. Hoe is het Paulus onder Festus, den opvolger van Felix, gegaan? Hand. 25.

Toen Festus te Jerusalem kwam, verzochten de Joden, dat hij Paulus naar Jerusalem zou laten brengen. Deze antwoordde, dat hij het onderzoek in hunne tegenwoordigheid te Caesarea zou leiden. Op de vraag van den stadhouder, of hij te Jerusalem wilde geoordeeld worden, beriep Paulus zich op den Keizer.

De vraag van Festus was een gunstbetoon aan de Joden, v. 9.

Eenige dagen later bracht Festus Paulus voor koning Agrippa en Bernice, die gekomen waren om hem te begroeten, v. 13 vv.

Paulus werd toen in eene schitterende vergadering van 's lands grooten gebracht, v. 23.

De rede van Paulus in tegenwoordigheid van Agrippa, 26 : 1—30.

Agrippa zeide: „Deze mensch kon worden losgelaten, indien hij zich niet op den Keizer had beroepen," v. 32.

42. Is ons iets aangaande de reis naar Rome bekend ? Hand. 27—28.

Het reisverhaal van een ooggetuige deelt het volgende mede: 10. Paulus werd onder de hoede van den hoofdman Julius eerst naar Sidon gebracht.

Aristarchus was met hem, 27 : 2. Te Sidon werd hij door de welwillendheid van Julius door de zijnen verzorgd, v. 3.

2°. Te Myra, in Lycië, werden de gevangenen op een schip van Alexandrië overgebracht. Onder tegenwinden kwam men te Schoone Havens, waar Paulus den hoofdman voorstelde te overwinteren, v. 8—10.

De haven was ongelegen, de stuurman ongenegen, zoodat men besloot op het eiland Creta te overwinteren, v. 11, 12.

Sluiten