Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ligt het niet op den weg der Gereformeerde Kerken aan te dringen bij de overheid dat deze ophoude met haar finantieele bevoorrechting der eene groep

Nederlandsche Kerken boven de andere? Zóo luidde de vraag waarvan mij verzocht werd met een referaat de bespreking in te leiden op de Centrale Pastorale Conferentie den 27en September j.1. te Amersfoort gehouden ')• Gaarne gaf ik, dienaar des Woords bij de Gereformeerde Kerken, aan die uitnoodiging gehoor, ten einde iets te mogen bijbrengen tot mainteneering van het recht dezer Kerken. Al behoort de Kerk des Heeren met lijdzaamheid het kruis te dragen, al behoort zij zelfs met blijdschap de berooving harer goederen om Christus' wille aan te zien, — toch mag zij zich nimmer tot een willooze speelbal van allerlei machten laten vernederen. De Kerk heeft rechten ontvangen, en deze heeft zij te verdedigen. Zij heeft ook in het kleine, het tijdelijk goed, getrouw te zijn, en te weten dat óok zij hierin te vervullen heeft de taak van een rentmeester, die rekenschap zal afleggen. Haar goederen zijn die des Heeren. Wars behoort zij daarom steeds te wezen zoowel van de Doopersche lijdelijkheid van vroegeren, als van de Tolstoiaansche weerloosheid van onzen tijd. Een vraag naar het recht der Kerken zal dan ook nimmer belangstelling missen bij hen, voor wie de Kerk nog niet, gelijk, helaas, bij zoo talloos velen, een nuttelooze en onverschillige zaak (behalve in verkiezingsdagen!) geworden is, maar voor wie zij daar nog staat in de ongebroken glans van een stichting Gods op deze aarde met een heerlijke roeping.

Met name in een tijd als de onze, waarin de vraagstukken deiKerk in meer dan éen land weer meer op den voorgrond dringen en om besliste oplossing roepen, dient aan dit recht der Kerken de aandacht gewijd. En dat dient vooral ten onzent, waar, ten gevolge van de halve maatregelen en ongemotiveerde verhoudingen, de radicale finantieele scheiding van Kerk en Staat zeker eens aan de orde komen moet. Zoo er iets noodig is om de huidige wanverhoudingen aan te wijzen, dan kan dit zeker al niet beter geschieden dan door de schrille tegenstelling in het licht te laten komen,

1) Het hier volgende is, hoewel vermeerderd en uitgewerkt, in hoofdzaak het te A. gehouden referaat.

Sluiten