Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is er die zijn volk liefheeft, voor wien deze leuzen geen groote bekoring zouden hebben. Inderdaad: niet een neutrale, maar een Christelijke Overheid, een Christelijke Staat, handhaving van de Christel, grondslagen van ons volksleven een Christelijke organiseering van ons volk (Kerk), dat zijn altemaal even zoo vele kostelijke idealen. En in waarheid, ik geloof, anderen mogen per excessum door hun idealisme zondigen, dat wij, antirevolutionairen en Gereformeerden, door onze meer nuchtere opvatting, indien men let op deze idealen, eenigszins per defectum zouden kunnen feilen. Met andere woorden dat bij het streven van antirevolutionairen en Gereformeerden het gevaar van separatisme (dit laatste werpt gij mij niet onduidelijk voor de voeten) niet denkbeeldig is. Het gevaar is er, om een voorbeeld te noemen, dat wij met onze Vrije Universiteit — in haar tegenwoordige phase of iets meer uitgegroeid — voldaan zouden worden. En hierin ware, dunkt mij, wezenlijk iets separatistisch. Ik althans begeer in haar — hoezeer het recht der vrije wetenschap en dies der Universiteitsstichting erkend moet worden, en hoezeer de Vrije Universiteit deze kloeke gedachte met kleine middelen meesterlijk belichaamd heeft en dan ook als een Universiteit met volle rechten behoort erkend te worden- ■ vooralsnog niet meer te zien, dan een uit den nood geboren behulpsel. Niet meer dan een klein beginsel van wat het Nederlandsche Christenvolk op Universitair gebied toekomt en wat het hierop heeft te verrichten. Het blijft mijn ideaal, dat, zoolang de neutrale Staatsbedeeling geldt, elk der hoofdrichtingen op geestelijk gebied ten onzent een, voor zoover noodig, van Staatswege volledig toegeruste Universiteit hebbe, hetzij dan dat de Vrije Universiteit voor de Christelijke (Gereformeerde) richting dat werde, of dat zij in zulk een gechristianiseerde (Gereformeerde) publieke instelling opging. Of wilt ge een tweede voorbeeld? Ik geloof zeer zeker, dat onze Gereformeerde Kerken, zoo zij waanden den strijd volstreden te hebben en nu niet anders behoefden te doen dan van uit de veilige veste de worsteling der geesten in ons land en onder ons volk uit de verte gade te slaan, dat zij dan metterdaad aan het separatistisch gevaar niet zouden ontkomen zijn. De Gereformeerde Kerken zijn voor mij de weer naar Gods Woord georganiseerde Gereformeerde belijders, mogelijk het grootste deel der Gereformeerde Gezindheid, maar niet die geheele Gezindheid, met name niet dat deel dezer Gezindheid, dat onbewuste deel, bij wie het, na de verachtering der vorige geslachten, nog niet tot een helder inzien en inleven in de Gereformeerde belijdenis kwam. Dientengevolge wil het mij voorkomen, dat de Gereformeerde Keiken zich niet in eigen kring hebben op te sluiten, maar, waar ook, deel hebben te nemen aan den strijd der meeningen en der geesten. En dat zij daarbij ook dat deel der Gereformeerde Gezindheid, dat tot nog toe veelszins buiten den strijd bleef, hebben te prikkelen tot actie, en, al is het ook met een ruwen slag, hebben wakker te maken, om mee te zoeken naar de oplossing der groote vraagstukken, en om met name mede het kerkelijk vraagstuk tot gezonde oplossing te brengen, opdat eenmaal allen die de belijdenis der vaderen eeren, zich weer vereenigen kunnen. Ge zult het nu, hoop ik, tevens eenigszins begrijpen, waarom ik mij met kwesties, als in het bovenstaande besproken, meen te mogen bemoeien.

Laat mij op het aangeduide separatistisch gevaar nog even dieper mogen ingaan. Het komt mij voor, dat het evengenoemde gevaar voor de richting, die ik de mijne noem, zelfs historisch is aan te wijzen. Dr. A. Kuyper, — de man die meer dan een, voor zoover dit menschen mogelijk is, zijn stempel op deze geestesrichting gezet heeft, en dien ik nog altoos boven duizenden tot mijn leermeester zou begeeren, en waarlijk niet omdat hij ook mij immer even

Sluiten