Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

senen doet het Zien geboren worden. En bij het Hooren heeft een dergelijk proces plaats. Gij keert met een Rijnboot van uw zomerreis naar het vaderland terug. Omringd van aangenaam gezelschap verlustigt gij U in de verrassende wendingen van den stroom, in de bergen aan weerszijden, in het blauw van den hemel, in het telkens afwisselend vergezicht. Een andere boot stoomt de uwe te gemoet. Op het oogenblik van het voorbijvaren gaat een dubbel gejuich op. Zoo meent gij althans, want inderdaad ontstaat al wat gij ziet en hoort niet anders dan naar aanleiding van iets, dat in uw hersenen plaats grijpt. Eenige hersencellen worden gewijzigd en nu neemt gij het bestaan aan van een gezelschap, een boot, een rivier, bergen, een hemel en weldra van twee groepen reizigers, die elkander onder het voorbij varen met vroolijk gejuich begroeten. Welk recht ter wereld, zoo moet worden gevraagd, hebben wij nu om dat aan te nemen ? Welke gelijkenis is er tusschen eene verandering in de cellen mijner hersenen en een boot, een hemel, een menschengroep ? Welke overeenkomst, in één woord, is er tusschen denken en zijn ? Locke verhaalt in een brief aan den lezer, dien hij aan zijn hoofdwerk deed voorafgaan, dat hij met vijf tot. zes vrienden placht samen te komen om over allerhande dingen te spreken; dat men toen spoedig zich geplaatst zag voor vele moeielijkheden en dat hij naar aanleiding daarvan op het denkbeeld kwam een onderzoek in te stellen naar de wijze, waarop het menschelijk verstand arbeidt. En daarmede is toen begonnen die reeks van fijne ontledingen, waaraan de namen van Locke zelt en na hem van Berkeley en Hume

Sluiten