Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrede. Naar eenheid vraagt de menschelijke geest. Steeds zijn zij dan ook als de eersten geroemd van ons geslacht, die naar die eenheid hebben gezocht. Dat verband van geest en natuur te onderzoeken is den arbeid des onderzoeks overwaardig. Wij kunnen trouwens, al zouden wij willen, dien arbeid niet achterwege laten. Hoe toch zullen twee elkander uitsluitende machten op elkander werken? Doet wel de bron uit dezelfde ader het zoete en bittere wellen? Wanneer ik het woord »aarde" uitspreek, zoo leerde reeds Geulincx, beweegt zich mijn tong. Maar dit, dat alleen op mijn wensch mijne tong zich beweegt, is een even groot wonder, als wanneer de aarde zelf er door in beweging geraakte. Descartes zocht het verband in een kleine klier, de epiphysis of glandula pinealis. Wij hebben, zoo redeneerde hij, niet meer dan een enkele denking van hetzelfde ding, waarom er noodzakelijk een plaats moet zijn, waar de twee beelden, die door de oogen ingaan, of de twee andere indrukken, die van eenig ander voorwerp door de dubbele werktuigen der andere zinnen komen, zich vergaderen eer zij de ziel bereiken, om haar niet twee voorwerpen te vertoonen in plaats van een. En nu is er in het gansche lichaam geen andere plaats, waar zij aldus vereenigd kunnen worden, dan in die klier. Descartes vergat, dat daarbij de moeielijkheid slechts wordt verplaatst. Want hoe de werking van ziel op lichaam en omgekeerd nu in die glandula pinealis plaats greep, dat heeft hij onverklaard gelaten. Bovendien heeft de physiologie van onzen tijd aangetoond, dat er tusschen die epiphysis en 's menschen geestelijke functies

Sluiten