Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagd aan ons op. Dat zij geen grond zouden hebben, wij laten het ons niet welgevallen. Wij nemen aan, wij moeten aannemen, dat alles relatie is, maar het woord relatie zelf wijst op iets anders, waarvan de relatie afhangt. Datgene nu, waarvan alles is afgeleid, maar dat zelf niet is afgeleid van iets anders, ziedaar waarheen het onderzoek der metaphysica zich uitstrekt in de derde plaats. Dat zulk een onderzoek de moeite waard is, behoeft niet te worden bewezen. Zoo ver de grond der verschijnselen staat boven de verschijnselen, zoo ver staat in belangrijkheid de kennis van dien grond boven de kennis der verschijnselen. Hooger dan het hoogste is er niet, en het hoogste is de laatste grond der dingen. En evenmin is het noodig opzettelijk aan te toonen, dat dit onderzoek geen zaak is van eene der bijzondere wetenschappen, die ieder voor zich genoeg hebben aan het doorvorschen van het haar toevertrouwde deel der phenomenale wereld.

Maar thans bevinden wij ons voor een moeielijkheid. Het kenvermogen is te onderzoeken; de wetten van het normale denken zijn op te sporen; over grondbegrippen valt te redeneeren; er is natuur en geest en er kan dus over hun verband gewisseld worden van gedachten. Maar wat wilt gij philosopheeren over het Zijn ? Er zijn voorstellingen en buiten die voorstellingen vermag geen wezen te gaan van een vrouw geboren. Luister naar David Hume en kom terug van uw overmoed : «Hoever naar buiten wij onze opmerkzaamheid ook uitstrekken, al zouden wij onze verbeelding ook voeren tot den hemel, ja tot aan de uiterste grenzen des Heelals, geen enkele schrede zouden wij

Sluiten