Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken, ieder voor haar gebied, de verschillende philosophieën, die de bijzondere wetenschappen begeleiden, de philosophie van den godsdienst, van de taal, van het recht, van de geschiedenis, van de natuur. Zij zijn als zoovele stralen, van het middelpunt : de leer der kennis, uitgaande en uitloopend in den omtrek : de metaphysica. Die stralen en die omtrek samen, de vakphilosophieën en de metaphysica, vormen de tweede groep van wijsgeerige wetenschappen, met het ontwerpen van eene theorie omtrent de wereld als doel.

Zoodra de mensch tot bewustzijn is gekomen van de door hem aanschouwde, gehoorde en getaste wereld, gaat hij verder en onderneemt hij de ontvangen indrukken te schatten. Hij maakt onderscheid tusschen waar en valsch, tusschen schoon en leelijk, tusschen goed en kwaad. Dat hij die schifting of waardeering onderneemt, is eigenlijk niet stipt gesproken. Waarheid is, dat het onderscheid tusschen logisch, aesthetisch en ethisch berispelijk of onberispelijk zich aan hem opdringt. Tot het maken van dat onderscheid wordt hij gedwongen, en zóó gedwongen, dat hij dikwijls tot dat onderscheid besluit tegen eigen waar of vermeend belang in. Men verdedige de vrijheid van s menschen wil met al den nadruk, waarover men te beschikken heeft, maar op logisch, assthetisch en ethisch gebied is de mensch aan zijn overtuiging gebonden. Gallileï kon uit vrees voor den brandstapel zeggen, dat de aarde stilstaat, zijn overtuiging omtrent de aarde afschudden inderdaad, het zou hem onmogelijk zijn geweest, al had hij er al de pijnigin-

Sluiten