Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen voor moeten ondergaan, beschreven in Dante's Inferno. Desgelijks staat het met onze overtuigingen omtrent schoon en leelijk, zedelijk geoorloofd en zedelijk berispelijk. De waardeering der dingen uit genoemde drie oogpunten dringt zich aan den mensch op. De mensch is behalve op waarheid, ook op schoonheid aangelegd en zedelijkheid De minst beschaafde, de armste der armen, versiert nog zijn hut, zijn kleed, zijn lichaam; de diepst gezonkene veracht nog als zedelijk minderwaardig den mede-booswicht, die hem verried. Wij staan dus tegenover de wereld niet onzijdig; naar onze begrippen van waarheid, schoonheid en goedheid meten wij af wat er gebeurt. Wij bezitten zekere maten, ideeën of normen, waarmede wij de dingen vergelijken. Wij gewagen van behoorlijk en onbehoorlijk, en wij doen zulks, omdat wij niet anders kunnen.

Hier nu doemen vragen op, van het allerhoogste gewicht. Niets grijpt zoo diep in het practische leven in als de denkbeelden omtrent waar. schoon en p-oed

O '

Is er voor ieder van die drie terreinen des levens een vaststaande en voor allen zonder onderscheid geldende norm? Zijn er nog andere terreinen, waar normen moeten worden gezocht ? Is er tusschen de normen op die verschillende terreinen samenhang? Hoe is de verhouding tusschen de werkelijkheid en de maat, die wij haar aldus aanleggen ? Reeds wegens haar karakter — zij betreffen de gronden — zijn die vragen wijsgeerig van aard, maar zij zijn het ook om een andere reden. Alle bijzondere wetenschappen hebben met normen te doen, daarom is het onderzoek, daaraan te wijden, de zaak van eene algemeene, en die is de wijsbegeerte.

Sluiten