Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat allerlei omstandigheden invloed oefenen op wat bij een volk voor zedelijk goed geldt, verandert niets aan het feit, dat bij ieder volk onderscheid wordt gemaakt tusschen goed en kwaad, dat ieder volk zijn zedelijke normen heeft. Reeds het feit, dat er vooruitgang is in zedelijke kennis, dat in de eene eeuw als ruw geldt en barbaarsch, wat in een vroeger tijdperk niemand aanstoot gaf, bewijst, dat een absolute norm niet bekend is. Voortdurend aan de zedelijke idee te arbeiden, in de diepte van den menschelijken geest te graven om zoo mogelijk dichter in de nabijheid te komen van wat op zedelijk gebied van dezelfde waarde is-, als op het gebied der waarheid het beginsel, dat elk ding gelijk is aan zichzelf — ziedaar een deel van de taak der wijsbegeerte Dan eerst is een norm bevredigend, wanneer zij algemeen geldig geacht kan worden. Immanuël Kant bewees der menschheid een werkelijken dienst, toen hij als regel voor het gedrag voorstelde zulk een handelen, waardoor de wensch wordt gerechtvaardigd, dat allen zouden handelen als wij, m. a. w., dat ons gedrag dienst zou kunnen doen als voorbeeld voor een wet. Er staat geschreven: ,,wee dengenen, die het kwade goed heeten!" Niet minder dan aan de kunst is de waarde der menschheid toevertrouwd aan de wijsbegeerte.

De waarde van de menschheid is gelegd in de handen van de kunstenaars, zegt Schiller. Dat is in zoo verre waar, dat de trotsche mensch hetgeen tot zijn welzijn dient niet eens ontvangen wil, wordt het hem niet toegereikt in schoone vormen. Maar een evenzeer trotsche kunst is zoo vrij, heett zij

Sluiten