Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die omschrijving van hare taak vernomen, voor dien „slavendienst" beleefdelijk te bedanken. Dat nu brengt ons in het midden van de problemen. Er wordt onderscheiden tusschen schoon en niet-schoon — wat is voor die onderscheiding het criterium ? Is dat criterium slechts geldig voor een tijd, hoe moeten wij dan nader komen aan een norm, die blijvend kan worden geacht? Heeft het schoone alleen op den vorm betrekking of ook op den inhoud? Is er tusschen het schoone, het ware en het goede verband? Ziedaar vragen van groot gewicht, en die behooren te worden onderzocht door de wijsbegeerte. Harer is. de taak, om er voortdurend aan te herinneren, dat het wezen van den mensch één is en ondeelbaar; dat hetgeen hij moet afkeuren als in strijd met de rede, hij niet kan goedkeuren uit een oogpunt van schoonheid ; dat wat hem als zedelijk wezen weerzin veroorzaakt en walging, hem niet oirbaar kan worden gemaakt door volkomenheid van vorm; er aan te herinneren, dat de geest ook in den hoogsten vorm, ontbreekt de inhoud, geen belang meer vermag te stellen, dat inhoud zonder kunstvorm bezwaart en vermoeit en dat kunstvorm zonder inhoud verveelt.

Trekken wij nu ons betoog samen. De twaalf wetenschappen, gezamenlijk de wijsbegeerte vormend, zijn te verdeelen in drie groepen, die achtereenvolgens een theorie trachten te verstrekken omtrent onze kennis, omtrent de wereld en omtrent de normen of ideeën. Tot welke hoogere eenheid zijn die drie nu terug te brengen? Wel bezien lossen alle drie zich op in een beschouwing van het bestaande. Tot

Sluiten