Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrooien zich. Houdt het hoog, en ieder arbeider in de werkplaats der wetenschap, gevoelt zich voor zijn bescheiden deel medewerker aan het groote geheel. De wijsbegeerte is, alleen reeds door haren moed om zoo hoog een doel te blijven uitspreken, een bezielende en samenbindende macht

Hier zou ik mijn voornemen, de taak der wijsbegeerte te beschrijven, uitgevoerd kunnen achten, ware het niet, dat er tegen die taak nóg eene bedenking wordt in het midden gebracht, wederom die van overbodigheid, maar nu van een andere zijde. »Wat gij zoekt", zoo vernemen wij, »is reeds in ons bezit. Wij hébben een hoofd en hart bevredigende beschouwing van het bestaande. En wij bezitten die beschouwing van het bestaande met zóó groote verzekerdheid, dat wij en onze mede-overtuigden er niet van kunnen zwijgen. In liederen en psalmen moeten wij lucht geven aan hetgeen ons tot in ons binnenste vervult." Ziedaar de taal van den godsdienst, want de godsdienst is het, die in volheid bezit, wat de wijsbegeerte tastend zoekt. Wat zal de wijsbegeerte daarop antwoorden ? Zal zij tot inkeer komen, aftreden, en hare taak door den godsdienst vervuld achten? De vraag dient vooraf te gaan, of wijsbegeerte en godsdienst wel te vergelijken grootheden zijn. Reeds uitwendig is er groot verschil. De wijsbegeerte kan nooit anders zijn dan een zaak van weinigen, de godsdienst is een zaak van allen. De wijsbegeerte staat als de Venus van Milo, met afgeknotte armen, zij kan niet allen bereiken — de godsdienst is als het kruisbeeld van Christus, de armen

Sluiten