Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hooge opvatting, door U gekoesterd van Uw taak Gij, die in Uwe leerlingen het allereerst den mensch hebt gezocht, door U te vormen voor het leven. Ik vertolk niet alleen wat er omgaat in mijn eigen hart, ik spreek uit naam van Uwe vrienden uit alle rang en stand, van Uwe leerlingen van vroeger en later tijd, allen tot U opziend met dankbaarheid en eerbied, door U en die een hulpe is tegenover U toe te wenschen : een lange reeks van blijde en zonnige jaren.

\

HoogGeleerde Heeren Professoren ! Zie ik Uwe achtbare rijen langs, dan komt mij in de gedachten de brief, dien Spinoza den 30sten Maart 1673 schreef aan Fabritius, den Raadsheer van den Keurvorst, waarmede hij de benoeming tot Hoogleeraar te Heidelberg van de hand wees, wijl hij niet wist »binnen welke palen zijne vrijheid van te philosopheeren ingesloten zal moeten wezen." Vergelijk ik daarmede de gulden vrijheid van onderzoek, U allen toegestaan, dan zie ik door U vertegenwoordigd eene Universiteit, tot welke te behooren voorzeker de hoogste eerzucht bevredigt van den zoekenden geest. In die stemming kom ik tot U, maar ook in het besef der verantwoordelijkheid, van elke vrijheid de keerzijde. Ik heb het voorrecht vrienden onder 0 te tellen van vele, van twintig, van dertig jaren. Ik kan hen niet afzonderlijk toespreken — zij weten, wat er op dit oogenblik in mij omgaat. Maar tot U allen mag ik zeggen, dat ik plaats neme in Uw kring, bezield met het voornemen om met U te arbeiden aan de groote taak, die allen vereenigt. Schenkt mij

Sluiten