Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

amfmciTe samenwerking, onmisbaar voor zoo hoog een belang.

In het bijzonder wende ik mij tot U, Leden van de Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte! Over alle faculteiten zijn de wijsgeerige vakken verspreid; den Hoogleeraar in de Wijsgeerige vakken bij uitnemendheid is een plaats aangewezen in Uw midden. Hoe enger de kring, van zoo grooter belang de samenwerking Verleent mij de Uwe — wat mij aangaat, ik heb geen andere begeerte dan de traditiën hoog te houden, die een kenmerk zijn van Uwen geëerden kring.

Vrienden, overgekomen van 's Gravenhage, mijne geboortestad, van Amsterdam, van Groningen, van andere plaatsen! Wat zou mij deze dag zijn, zonder Uwe tegenwoordigheid! Laat ik het U bekennen, ik heb op Uwe tegenwoordigheid gerekend. Ontvangt mijn hartelijken dank voor zooveel, dat ik ieder Uwer in het bijzonder verplicht ben, en zoo gaarne ieder Uwer in het bijzonder zou willen herinneren.

Vrienden te Utrecht! De vijftien jaren van scheiding hebben de betrekkingen niet afgebroken, die er tusschen U en mij bestonden. Ik behoef U niet te zeggen hoe gelukkig ik ben, voortaan weder te verkeeren in Uw midden. Helaas! velen zijn heengereisd, velen, die, waren zij nog onder ons, thans hier niet zouden ontbreken. Ik zie op dit oogenblik hun vriendelijk gelaat, en ik groet hen allen met stillen eerbied.

•Studenten in de natuurkundige wetenschappen ! Toen de Hoogleeraar Ostwald zijne inaugureele oratie

Sluiten