Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vragen hebben gesteld en op hun wijs hebben beantwoord.

Dat is de beteekenis van den beroemden Duitschen Godgeleerde, Friedrich Daniël Ernest Schleijermacher, die in 1834, na een leven van verwonderlijk rijke werkzaamheid, op zijn 66e jaar het hoofd tot sterven boog.

Hij heeft de Rationalisten, die toen de geesten beheerschten en in naïve zelfverheerlijking over alle dingen als rechters zich stelden, met hun eigen wapenen bestreden en overwonnen, aan heel de wereld het nietige van een leven zonder God en zonder Christelijke geloofsgemeenschap getoond.

Ervaren in de wijsbegeerte van den ouden, zoowel als van den nieuwen tijd, achtte hii de vroomheid des harten (door zijn opvoeding bij de Hernhutters ontvangen) als een uitgaan tot den eenigen, heiligen Verlosser der menschheid, en plaatste dien Jezus Christus in het middelpunt van het Christelijk besef en van de gansche Evangeliedienst; ja maar ook in het centrum van de Godgeleerde wetenschap, zoo dat hij in zijn nog steeds beroemde werk: ,.Toespraken over de godsdienst", de nadenkenden en ontwikkelden van zijn tijd tot dien grooten Heiland, op ieder levensgebied trachtte terug te roepen.

Men noemt deze richting „Christo-centrisc h", omdat Christus alzoo tot het middelpunt van het Christelijk nadenken en leven gesteld wordt.

Wantrouwend tegenover alle buitenlandsche theologie, meende men eerst hier in Nederland, dat de Christenen, die de werken van van Heusden en Borger bezaten, de geschriften van Schleijermacher niet behoefden. Zelfs verdacht men dien Duitschen wijsgeer van pantheïsme.

De dag kwam, dat men hem recht deed wedervaren, en het was wel vooral de Groninger Hoogleeraar Petrus Hofstede de Groot, die met terzijdestel-

Sluiten