Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„geestelijken vader" Ds. N. H. Dosker, toen predikant te Harlingen.

Geen wonder alzoo, dat er door mij zeer tegen opgezien werd. Ds. Dosker, die door mij aan den Nieuwendijk (Almkerk) in de dagen der bekeering wel als een engel Gods werd aangezien, liet mij weten en schreef mij, dat in Zeeland, wilde men het er niet zeer moeilijk hebben, meer den Christen dan den Christus, meer wie en wat wij door genade zijn, dan wie en wat God uit genade in en door Christus voor ons verloren zondaren is, moest gepredikt worden. Daarom legde ik dan ook bij mijne intreêpreek nadruk op de vraag: „Zoo vraag ik dan, om wat reden gij mij hebt ontboden ?" En luide is door mij toen gezegd, dat ik gekomen was als dienaar van Christus, teneinde Hem' den eenigen Naam onder den hemel gegeven om zalig te maken, te verkondigen. Wanneer, door de liefde van Christus gedrongen, die eenige Naam gepredikt en deze prediking bij aanvang en bij voortgang aan het hart geheiligd wordt, dan is die prediking niet zonder bezieling, niet dor en droog, dan geschiedt ze niet zonder vruchten af te werpen en bevinding te geven.

In dezen kan men ook in uitersten vervallen, waarin de Heilige Schriften ons niet voorgaan en waarvoor wij ons, naar de Schriften, moeten wachten. Dat wij dienaren des Woords nimmer over de praktijk, dat is over het leven dat de Heilige Geest deelachtig maakt, moeten spreken, zegt en leert ons de Heere door en in Zijn Woord niet. Dat leert ons ook niet de tekst, dien ik bij deze feestelijke gelegenheid voor U wensch te behandelen. Deze leert ons veeleer het tegendeel. Het moet zonder eenige toepassing m. i. niet zijn, gelijk ik eenmaal in afkeurenden zin, een Christen hoorde zeggen, dat het steeds was: „Leerende de leer". Doch evenmin zooals een geheel ander man sprak: „Ik houd niet van bevindelijke preeken, ik wensch ze niet te leveren". Of zooals weer een ander zeide. „ loepassing is noch ingevlochten in de rede, noch aan het einde afzonderlijk gegeven, noodig. Dit zijn uitersten.

W ij gelooven dat, zóó toe te passen, dat wij trachten de menschen te bewegen — tot het geloof en het persoonlijk leven voor God, wel noodig en zeer profijtelijk is. We hopen, dat ook in deze ure te doen en te spreken over hetgeen geschreven staat in 1 Cor. 15 : 10, waar het luidt:

Sluiten