Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden, dio aan onzen tekst onmiddellijk voorafgaan. Paulus wil er door zeggen, dat liij in weerwil van zijn vroeger satanisch, diep zondig, God en Christus vijandig leven is, wat hij is geworden en ... nóg is. Moeten wij niet allen, inzonderheid wij, kinderen Gods en dienstknechten Christi, ziende op hetgeen de Heere aan ons gedaan en ons gegeven heeft, met hem erkennen en getuigen: dat Hij ons niet deed naar onze zonden en ons niet vergold naar onze ongerechtigheden? Deze Godverlieerlijkende erkentenis gewaagt met recht en reden van zegeningen ; van zegeningen, die Paulus zijn geschonken.

De betuiging: Docli ilc ben, wat ik ben, moet zijn

en is de betuiging mijns harten bij dc herdenking van alles wat de Heere mij in de bediening des Woords en in zoovele andere opzichten, in uw midden, deze veertig jaren gaf. Waaide apostel des Heeren zegt: „Ik ben, wat ik ben", daar erkent hij als voor het aangezichte Gods, dat hij wat is, dat hij wat beteekent in het koninkrijk van Christus. Aan nederigen hoogmoed maakt hij zich dus niet schuldig. Aan dien hoogmoed, die weieens niet gemeend doet zeggen: „Ik ben niets, mot mij is het niets, ik betecken niets". Maar wanneer een ander dit bevestigt of het geheel uit zich zeiven, zonder aanleiding zegt, wordt het kwalijk genomen en op de uitgesprokene woorden, die beaamd werden, wordt dan teruggekomen en door het ietwat prijzen van zichzelven worden ze dan vervangen. Het komt dan uit, dat men die woorden de eerste maal niet in oprechtheid, niet gelijk men het zich bewust is, gesproken heeft. We gelooven, dat Paulus in oprechtheid des harten en gelijk hij het zich bewust was voor den Heere, ja in waren ootmoed uitsprak (ons tot een voorbeeld) wat hij zeide. Zoodat het hier en in dezen, gelijk elders is: „Zijt mijne navolgers, gelijk ik van Christus".

In en door de woorden: „Ik ben, wat ik ben" beschouwd in het verband, waarin ze voorkomen, spreekt Paulus uit dat hem vele, rijke en onverdiende zegeningen zijn geschonken, o, Wonder, dat ik ben, die ik ben! Hij denkt aan Damascus' weg, aan hetgeen daar in zijn diep-zondig hart was, aan hetgeen hem daar bracht en hij weldra, liadde dc Heere het niet verhoed, zou gedaan hebben.

Ilij gedenkt aan hetgeen hem daar te beurt viel, aan de

Sluiten